is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 29, 1924, no 21

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

854

DE HOLLANDSCHE REVUE

Stein, had men, geheel buiten voorkennis van den Staf-Chef, reeds van zijn post ontheven en met het commando van een reserve-legercorps belast. Om den schijn tegenover de buitenwereld te redden, werd nu de werkelijke leider der operaties, Generaal Von Falkenhayn, tot Opperkwartiermeester benoemd, terwijl Von Moltke „pro forma" als Staf-Chef zou aanblijven.

Hoe het Von Moltke bij 't spelen van deze figuranten-rol te moede was, blijkt wel uit de volgende passage: „Ich habe dies Martyrium auf mich genommen und die weiteren Operationen mit memem Namen gedeckt, des Landes wegen und um dem Kaiser es zu ersparen, dasz von ïhm gesagt werde, er habe seinen Generalstabschef fortgeschickt, sobald der erste Rückschlag emtrat. lch wuszte, weiche unheilVollen Folgen das haben müszte." Ten slotte kon Von Moltke het niet langer uithouden werkeloos in het Hoofdkwartier te blijven, waar hij als „quantité négligeable" werd behandeld, en richtte hij tot den Keizer het verzoek den Generaal Von Beseier bij het beleg va■•: Antwerpen te mogen assisteeren, hetgeen werd toegestaan. Na de capitulatie van deze vesting keerde Von Moltke naar het hoofdkwartier terug. In vertwijfeling over zijn gedwongen ledigheid en valsche positie liet hij zich bij den Keizer aandienen. Over zijn onderhoud met den ,,Obersten Kriegsherr" laat Von Moltke zich als volgt uit: „lch ging zum Kaiser und sagte ihm, ich könne diesen Zustand nicht mehr ertragen. Er war verwundert, wie ich ihm darlegte, dasz ich ganz ausgeschlossen sei, und sagte, er betrachte mich nach wie vor als den eigentlichen Leiter der Operationen. (sic!) Nach dem ich ihm den Tatbestand dargelegt hatte, sagte er, das sei nicht seine Ansicht, er werde Remedur eintreten lassen, wolle sich die Sache durch den Kopf gehen lassen und sie anderen." Dit lezende moet een ieder zich wel met stomme verbazing afvragen wat de Keizer toch uitvoerde in deze voor Duitschland zoo uiterst critieke aanvangsperiode van den grooten oorlog, dat hij niet eens wist of vergeten was wie van beiden eigenlijk de militaire operaties leidde, Von Moltke of Von Falkenhayn ! Waar zulk een warhoofdige persoonlijkheid het hoogste gezag m handen had, is het geen wonder, dat de politieke leiding in Duitschland, zoo-

I wel in vredes- als in oorlogstijd, alles te wensen en overliet.

Von Moltke heeft van deze „gnadige" stemming des Keizers niet meer kunnen profiteeren. Daags na het gesprek met zijn meester werd hij werkelijk ziek tengevolge van de dutere ervaringen en zenuwschokkende gebeurtenissen der afgeloopen weken, zoodat een rustkuur te Homburg, tot volledig herstel van gezondheid, noodzakelijk bleek. Hiermede nam de militaire loopbaan van Von Moltke een einde; op den 3en November 1914 werd Generaal Von Falkenhayn „officieel" tot znn opvolger benoemd. In verband met het voorgaande zal men wel niet aan Von Moltke's oprechtheid behoeven te twijfelen, wanneer hij schrijft: „Das Martyrium, das ich getragen habe, war grosz. Ich glaubte es dem Kaiser und dem Lande schuldig zu sein. Wenn ich falsch gehandelt habe, moge Gott mir verzeihen. Ich bin fest überzeugt, dasz der Kaiser sich nie darüber klar geworden ïst, was er mir angetan hat. Er hat mir auch nach meiner Verabschiedung seine gnadige Gesmnung bewahrt."

DIVERSE TIJDSCHRIFTEN.

In Zij van Nov. vindt men o. m. Herinneringen van dr. Aiette Jacobs en een „in memoriam" gewijd aan „Eva", die eenige jaren een der meest gelezen medewerksters van het blad was.

Het Tijdschrift voor Geschiedenis van November bevat o. m. een artikel van Th. P. Löhnis „Twee memoires van Roentgens" en een bijdrage van mr. dr. P. van Heynsbergen: „Oorsprong en opkomst van het inquisitoire strafproces".

D''Oriënt van 27 September brengt o. m. een artikel van Kapt. van der Poel over Japan. Voorts vele onderhoudende ontspanningsrubrieken en mooie illustraties.

Het Ariw-nummer van November, dat er, als altijd weer keurig verzorgd uitziet, bevat o. m. een zeer spannend vernaai van Michael Arlen ,,De danseres van Parijs" en een niet minder boeiend van G. de Josselin de Jong: „De lievelingsvogel van den Dalai Llama' . Ernst Groenevelt wijdt een teer dingske aan

: een blinden pianist, dien we allen wel kennen, Morie Metz Koning is weer m haar oude kracht in „Koning Smart", W. Heskes en Jo

| Spier zorgden voor goede illustraties.