is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 29, 1924, no 22

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

890

DE HOLLANDSCHE REVUE

De tijd is gekomen, zoo< verklaarde de heer Missoffe, dat de Fransche burgers beschermd moeten worden tegen de vreemdelingen-invasie. Het is begrijpelijk, dat gedurende de eerste jaren na den oorlog Frankrijk de vreemdelingen met open armen ontving, doch onder de tegenwoordige omstandigheden dient dit standpunt te worden gewijzigd. Dikwijls is de vreemdeling oorzaak van moeilijkheden in Frankrijk. Aanzienlijke buitenlandsche kapitalen zijn belegd in de Fransche banken en het Fransche kapitaal lijdt daaronder. En ook de arbeidersklasse ondergaat de gevolgen van deze invasie. De buitenlandsche handarbeider concurreert te krachtig met zijn Franschen vakgenoot en dat nogal in een tijd, waarin de Parijsche gemeenteraad maandelijks in zijn begrooting een crediet van 4 millioen francs moet opnemen voor het werkloozenfonds.

Dezen toestand acht de heer Missoffe ontoelaatbaar. Laten de buitenlandsche arbeiders in hun eigen land gaan leegloopen, zoo uit hij zijn ontevredenheid. Hij vindt, dat het tijd wordt kapitaal en arbeid in Frankrijk te gaan beschermen tegen buitenlandsche invloeden en heeft te dien einde een geheel programma opgesteld. Flij verlangt daarin een strenge identiteits-contröle en een aanzienlijke verhooging der belasting op de identiteitskaarten. Verder verklaart hij: De verhooging der ambtenarensalarissen zal Parijs 150 millioen francs kosten. Het zal niet mogelijk zijn de lasten te verzwaren, welke thans op de Parijsche belastingbetalers drukken, doch het ware billijk, dat de buitenlandsche ingezetenen in deze kosten bijdroegen. Dit zal kunnen geschieden door het heffen eener belasting van 500 francs per jaar op de vrijstelling van militairen d'enst, welke de vreemdelingen op grond hunner buitenlandsche nationaliteit genieten en verder door een huur- en bedrijfsbelasting.

Het is alleszins verklaarbaar, dat in talrijke kringen een levendige oppositie tegen deze plannen is gerezen. Naar veler meening heeft Frankrijk niets te verliezen bij een opname van vreemdelingen op groote schaal en vindt de assimilatie dezer vreemdelingen te spoedig en te zeker plaats om te dien opzichte ook maar eenigen vrees te koesteren. De heer Missoffe schijnt te vergeten, dat Parijs meer is dan de

hoofdstad van een land, dat in een groot deel der wereld gevoelens van sympathie heeft verwekt. Parijs is een reusachtige oven, een smeltkroes, waarin de intelligentie der wereld uitvloeit. Indien de denkbeelden van den heer Missoffe navolging zouden vinden, zou Frankrijk en de geheele wereld daarvoor boeten. Dat men de Amerikaansche en Engelsche milliardairs belast, die door hun gunstigen wisselkoers den Cöte d'Azur tot een soort van Engelsche kolonie hebben gemaakt, soit! Maar laat men den vreemdeling, die in Frankrijk leeft en werkt; die zijn werkkracht, zijn kennis en zijn bekwaamheden toch ook in dienst van dit schoone land stelt, geen zwaarder lasten opleggen dan den Franschen burger, naast wien en niet ten koste van wien hij zijn bestaan vindt!

(Uit: „London Opinion")

Madame Zamrah (de vermaarde handlezeres, het hotel verlatend, tot den kellner vol verwachting): .,lk ben gewoon 25 gulden te geven; maar ik kan met één oogopslag zien, dat u eerzuchtig bent, maar teleurstelling hebt te verwachten".