is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 29, 1924, no 22

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAMES-KRONIEK

919

bordurende en hakende zusters in de dorpen.

Want — voor haar toch is de verzoeking, om — de mannen in verzoeking te brengen, véél grooter!

N. VAN HICHTUM.

SURPRISES VOOR ONZE DAMES.

We zi*ten nog lekkertjes weggedoken in ons bont en reeds bereiken ons de voorjaarssurprises.

Hoe zullen onze mantel-costuums in de komende lente zijn?

We blijven, mijne dames, de strenge, rechte lijn behouden, geen ruimte, tailor mode.

De lokken zullen iets langer gedragen worden, o, neen, schrikt u niet, een heel klein stukje maar, doch niet, zooals den vorigen winter, toen de rokken even over de knie vielen.

Wat zijn we toch gedweeë lammeren. In een tijd, waarin 't toch heusch zoo onbehagelijk niet is, de beenen warm te houden, loopen we met korte rokjes, komt het voorjaarszonnetje ons verkwikken, dan worden onze rokken eenige centimeters langer!

Er zullen mantelcostuums gedragen worden in een soort dunne popeline, een heel dun weefsel, waarin kunstziji verwerkt.

En als grootste noviteit van de lente, mantelcostuums in vyella, heele teêre kleuren in i een wit fond met paarse of gele streep.

Voor de robes krijgen we het lieve, oude étamine terug.

Zoo'n japonnetje in die stol, ragfijn met a jour draden en shablone-werk in kleine motieven zal bekoorlijk, jeugdig staan en geheel passen in de oplevende lente.

Er schijnt in dit seizoen een strooming te zijn, om de sieraden zooveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de kleuren der j robes. Werden reeds de kettingen gedragen in den tint der garneering of japon, ook de ringen en oorbellen zullen zich hierna hebben te voegen.

Bij een robe in groen, of een, waarbij groen in de garneering domineert, worden lange aan dunne kettinkjes tinkelende oorbellen gedragen in dezelfde kleur en draagt de teêre ringvinger een smaragd, omzet door brillanten in antieke zetting. I

Heel mooi en heel geraffineerd is dit aanpassen van kleur bijl kleur.

De robes met geborduurde monogrammen schijnen hier geen opgang te maken, een enkele dame waagt zich er aan, gelukkig een, dié alles kan dragen, de rest gaat deze modegril met souvereine minachting voorbij.

Als bewijs, hoe véél de tegenwoordige mode van ons lichaam te zien geeft, is het aardige verhaal, dat ik onlangs hoorde van een dame, die een Röntgen-oloog bezocht en verzocht werd zich in de kleedkamer van mantel en hoed te ontdoen.

De dame, in de verwarring van het oogenblik, had den arts verkeerd begrepen en dacht, dat ze ook haar robe moest uittrekken.

Toen ze in een zeer fashionable zwart zijden onder-robe, die natuurlijk hals en armen vrijliet en alleen door schouderbandjes vast werd gehouden, naar binnen wandelde, zei de esculaap rustig:

,,0, dat is misschien wat te koud, houd u dan maar uw mantel aan!!" Is dit geen téeken des tijds? In verband hiermee, heb ik me op een concert geërgerd aan de onwellevendheid van I onze zusteren. Een interessant, jong vrouwtje kwam binnen in een toilet, dat, terwille van de waarheid moet ik het toegeven, veel deed denken aan een onder-robe. Maar ze was jong, èn exentriek, èn goed gevormd en dan vergeef je veel! Niet aldus het gros der dames. Op onbeschofte manier werd de jonge vrouw aan- en nagekeken, en toen ze plaats genomen had, draaide men zich om en nam haar van 't hoofd tot de voeten op en hoorde ik een dame, die de vijftig reeds lang gepasseerd was, nijdig en demonstreerend tegen haar echtvriend beweren:

,,Bah! schandelijk!! Ik kan er niet naar kijken!"

Wat haar niet weerhield om met twee kwaadaardig fonkelende oogjes door haai face a, main telkens weer te turen naar het pétillante vrouwke, dat met spothoeken om het roode mondje al dit kleinzielig vrouwengedoe over zich heen liet gaan.

Bij zulke momenten krijg ik altijd kriebelige gevoelens. Toets toch niet alles aan jezelf. Ik zou dat niet doen, ik vind zooiets onbehoorlijk. Maar, goeie hemel, laat ieder rustig z'n gang gaan en vergeet niet, dat er