is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1810 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IJ» ALGEMEENE AANMERKINGEN

ran 3. Grasmaand 1806. waarbij bepaald werd, dat de Schoolhouders en Schoolhouder esfen, na ver~ loop van eenen nader te bepalen tijd, niet zullen ■vermogen op dcrzelver Scholen eenigc andere Leerof Leesboeken te gebruiken , dan welke uitgedrukt /laan op eene algemeene Boekenlijst, door den Secretaris van Slaat voor de Binnenlandfche Zaken, federt vervangen door den Minister van Binnenlandfche Zaken, te ontwerpen en te arresteren; ingevolge van welk artikel aan den Ondcrgeteekenden, als Commisfaris tot de Zaken van het Lager Schoolwezen en Onderwijs, bij Art. 10. zijner Inftruftic werd opgedragen , uit de voorhanden zijnde Schoolwerkjes van allerlei aard op ts maken en aan den Secretaris van Staat voor. de Binnenlandfche Zaken terfanBievoor te dragen eene algemeene Boekenlijst ten gebruike op de Scholen.

Schoon het vastftellen en invoeren der reeds voor lang opgemaakte Boekenlijst door eenen zamenloop van omftandigheden vertraagd werd, is ecliter het later verfebijnén van dezelve niet alken daaraan toe te fchrijven. Grooten invloed daarop had de overtuiging, dat alle zoodanige veranderingen en verbeteringen, als die zijn, welke het Schoolwezen en Onderwijs bctrcHen, niet dan langzamerhand en van flap tot lhp bchooren daargciield te worden.

Met 1. Zomermaand 1806. werd de laatst vernieuwde Schoolwet ingevoerd, waarna een toereireikende tijd lcheen te moeten gelaten worden tot liet geregeld in werking brengen van het daarbij.