is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boelbeoordeelingen,

ver onderstelt ten deze mogelijkheid op tegenspraak. Het is te wenschen, dat zulke lieden geen invloed hebben of krijgen, op hetgeen met schoolzaken in betrekking staat. Wat hierover in het boekje voorkomt, mag wel bepaald overwogen worden. De eisehen komen ons aUezins beseheiden voor. Over het betalen van het schoolgeld valt veel te zeggen. Daar zit veel in, dat verkeerd is Met het denkbeeld, dat meer is geopperd, om, „althans voor een gedeelte, de inkomsten des onderwijzers afhankelijk te zien van het aantal zijner leerlingen, kunnen wij ons bezwaarlijk vereenigen, ten zij m den vorm van onze schoolfondsen. Op een anderen voet zal er niet ligt iets doeltreffends van zijn te maken. Naar onze ondervinding en die van mannen van eemg gezag in schoolzaken, behoeft voor den onderwijzersstand geenc uitzondering te worden gemaakt op de doorgaande wijze van belooning der ambtenaren door vaste jaarwedden. De aangeduide schikking moet moeijelijker worden by den gang der schoolzaken volgens art. 194 der Grondwet. Maar, welligt is eene schikking als mogelijk gedacht, op welke wij niet zyn gekomen. Op voorgang van den Heer de Veies, mogen zijne ambtgenooten er over nadenken en zich laten hooren.

De 'Schrijver komt tot het besluit, „ dat m een algemeenon omslag der onderwijskosten door de Gemeentebesturen" liet beste middel zoude gelegen zijn, om de ongelegenheden te ontgaan, in het innen van schoolgelden gelegen. Hierdoor zou, volgens hem, „de hoog.t belangrijke zaak van het onderwijs voor armen en minvermogenden op beteren en vasteren voet kunnen geplaatst worden." Wat hij hierover schrijft, staat in te naauw verband met het opstel: „ Schoolphgtvgheid," M»