is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk,

kunnen maken. Het middel, 't welk men in sommige streken hier togen in 't werk stelt, is misschien niet minder erg dan de kwaal zelve:- een boeren-knaap uit de nabijheid, die een weinig slecht lezen en schrijven kan, wordt tot Onderwijzer verheven, krijgt voor het gausche saisoen tien a twaalf guldens, of iets meer voor zijne belooning, en heeft beurtelings bij de ingezetenen van het gehucht de kost en inwoning. Hoe het, bij zulk een gebroken, of jammerlijk onderwijs met do vordering der leerlingen en hunne vorming tot Menschen o-ele°-en zij, zal niet noodig zijn aan to toonen. Behalven da* het-alleen des winters schoolhouden natuurlijk aanleiding geeft, dat andersins goede en bekwamere Meesters des zomers zich aan ander werk overgeven, daar aan langzamerhand moer zich vasthechten, en eindelijk hunne School voor een louter bijwerk houden, 't geen zij, niet om de zaak, maar enkel om het gering voordeel, niet geheel laten varen.

Groot en rechtmatig zijn alom de klagten over de soberheid van het bestaan der Onderwijzers, 't welk bijkans nergens geëvenredigd is aan den arbeid, nergens geschikt, om bekwame jonge lieden tot dezen belangrijken pogt aan te moedigen. Maar in sommige streken is dit bestaan inderdaad kommerlijk en armoedi»: vele huisgezinnen van School-onderwijzers lijden in deze duuro tijde» gebrek, of vertéren hot weinige, dat zij in beter dag0" en bij ruimer inkomsten samen brasten. Andere

ziet

men, ten einde in het te kort hunner gewone winSte8 te voorzien, daghuurders werk verrichten, en bijka"3 allen worden nedergedrukt onder het gewigt hunner ramPc"' Vele hebben de verzwaring van deze rampen to danken aan hun, bij wie zij bescherming moesten vinden»