is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1868 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

Voor de vuist spreken.

Een hoogst verblijdend teeken is het gewis, dat men bij vergaderingen van onderwijzers en in andere bijeenkomsten van dien aard er zich op begint toe te leggen oefeningen en wedstrijden te houden in het voor de vuist spreken; want voor den onderwijzer is dit een der eerste vereischten om in zijn werk gelukkig te slagen. Wat bij zijn leerlingen ook onderrigten moge, zoowel bij den aanvang als bij het vervolg , hij zal telkens daarvan gebruik moeten maken; en veel zal er van afhangen of hij dit goed dan of hij het gebrekkig doet.

Verre zij het van ons, dat wij zouden wenschen, dat de onderwijzer geheel als redenaar in de school zal optreden of steeds lange alleenspraken houden, terwijl de leerlingen bestendig hooren en bijna of in het geheel niet medespreken. Dit zou den jongen hoorders op den duur niet bevallen. Zij willen gewoonlijk liever een zamenspraak houden, waarbij zij gelegenheid vinden te vragen naar inlichting, hunne aanmerkingen en bedenkingen kunnen te kennen geven , en alzoo te bewijzen, dat ook zij nadenken over hetgeen tot hen wordt gesproken.

Is het onderwerp evenwel.van dien aard, dat de onderwijzer hoofdzakelijk alleen moet spreken, dan moet hij dit onafgebroken kunnen doen in een duidelijke en aanlokkelijke taal. Zou het daartoe niet volstrekt noodig zijn, zich vooraf er goed toe voor te bereiden , om geheel en volkomen meester over zijn onderwerp te zijn ? Wie zou dit niet toestemmen ? Het is een onmisbaar vereisohte. Wie maar altijd onbezorgd en onvoorbereid zich er aan waagt, en denkt: „ik zal wel aan de praat blijven ," zal zelden waarlijk goed voor de vuist spreken.

Immers om dit te doen, moet er orde heersclien in de