Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GYMNASIUM

Maar twee dagen later brengt de postlooper weer een dikken brief van Guus, die met zijn gewonen omhaal van woorden Willem ontrouw verwijt. „Je oude, beproefde krijgsmakker," schrijft hij, ,,in zijn geweten overtuigd van de oprechte liefde van Zuleikha jegens Wilhelmus, welke blijkt uit zoo vele gebeurtenissen, niet het minst uit de afwijzingen, die vele personen hebben opgeloopen, en van oordeel, dat het geval in casu zeer wel mogelijk ganschelijk niet de portee heeft, die daaraan door den roemruchten Wilhelmus, z.i, niet op bewijsbare gronden, wordt toegekend, terwijl, indien deze waarlijk gelijk had, de houding van eene maagd, die altijd blijken heeft gegeven van een zeer ontvankelijk gemoed, tijdens haar eenzaamheid wel begrijpelijk is; bovendien overtuigd, dat een zoo streng oordeel ook voor den roemruchten Wilhelmus in persoon niet anders dan onaangename gevolgen kan uitwerken, adviseert, niet alleen uit vriendschap jegens zijn dapperen strijdmakker, maar tevens, en niet minder, uit bewondering voor Zuleikha's lieftalligheid en uit respect voor eene, naar zijn oordeel, zoo ideale verhouding tusschen een gymnasiast en een virgo honesta et facilis, dat genoemde Wilhelmus zoodra mogelijk persoonlijk en zelfstandig zich naar het terrein van den strijd zal begeven om zich van de gevoelens zijner schoone maitresse op de hoogte te stellen, en, zoo dit niet mogelijk blijkt, door de omstandigheden gedwongen, eene afwachtende houding aan zal nemen, en in September de zaken op die wijze zal regelen, die dan, door bedaard en wijs, gemeenschappelijk overleg, de beste en de meest honeste zal worden bevonden."

Het kan Willem weinig schelen; de Stad is zoo ver en Zuleikha hoort niet bij de vacantie. Hij zal in September wel eens weer zien. Nu verdiept hij zich in gewestelijke geschiedenis en doorsnuffelt oude almanakken en muffe folianten uit Pa's kast, met legenden en histories van de stinsen en kloosters, die in vroegere eeuwen op de terpen hebben gestaan. Hij wandelt met Niek door de wei, waar ze een terp hebben afgegraven en droomt zich weg in dat romantisch verleden. Met stille verwondering tuurt hij naar de verschillende lagen, waaruit de terp bestaat en hij peutert een steen-

Sluiten