Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK

als „Liefde overwint" het zout van humor te ontzeggen. Hier en daar duiken er in de wereld van Kees personen op, die een Dickens-tint hebben zooals de poelier Pesnut, die er een bijzonder genoegen in smaakt doode menschen met doode hazen te vergelijken en er altijd op uit is als er ergens iemand overleden is, het lijk te gaan zien.

„Als ik zoo een stuk of zes, zeven hazen naast elkaar op de toonbank zie leggen, dan lijkt 't me net of er in de dood nog leven zit. Elke dooie haas heeft nog z'n karakter, je hebt bange hazen en onverschillige hazen en je hebt ook hazen, die denken. Ik hoef toch eigenlijk niet bang te wezen."

Zooals Tante Jansje, die een oude liefde heeft voor een banketbakker en daarom altijd zijn „moppen" aanprijst en een droog saai jongetje Wouter, die iedereen achter zijn brilleglazen voorbij leert.

„Ajuus faldera, ajuus faldera, wij moeten scheiden", zingt in het laatste hoofdstuk een dronken huzaar in den trein, waardoor ook Kees naar zijn nieuwe wereld zal worden gebracht.

Ajuus faldera! zingt de lezer waarschijnlijk mede, zonder een bepaald verlangen te hebben, een hartelijk tot weerziens te roepen of den trein met de menschen na te zien, die Josef Cohen voor onze verbeelding heeft willen oproepen.

„De ondergang eener werel d", door C 1 a u d e A n e t, vertaald door Fenna de Meyier. Mij. voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam.

Het moet een genot zijn geweest zich in dit mooie werk te verdiepen, om er een bewerking van te geven zooals de vertaalster dit met zooveel zorg gedaan heeft. Het boek voert ons twaalf duizend jaren terug in het steenen tijdperk onder de bevolking van Zuid-Frankrijk, het gedeelte van Europa dat wel 't rijkst aan vondsten is uit dien merkwaardigen tijd. Het gebied van de Loire et Chèr, de provincie Guyenne en zuidelijker de rotsen en grotten van Menton zijn reeds van 1865 af van onschatbare waarde geweest voor

Sluiten