Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAARDEBLOEMEN

Paardebloemen lijken niet zoo mooi als andere bloemen, maar dat is maar schijn.

Ze zijn sterk en dapper en ze durven voor hun meening uitkomen — ze troosten, terwijl de andere bloemen niet durven. Paardebloemen troosten altijd en ze dringen zich nooit op, maar ze zijn bescheiden.

Kijk maar!

Alle bloemen staan parmantig te pronken. Ieder vindt zichzelf 't mooiste en 't beste.

Maar zien jullie ergens een pronkerige paardebloem?

Kijk, daar staan er een paar, achter de hooge zuring. De zuring is groot en voelt zich geweldig en ver steekt ze boven de paardebloemen uit. Maar ze weet niet, dat haar paars veel mooier uitkomt door den gelen achter gr oricï van de bescheiden paardebloemen.

En kijk eens daar, tusschen het hooge gras. Daar schuilen er een heeleboel net als kindertjes, die kwaad gedaan hebben. En dat alles omdat hun pakje niet zoo mooi is! Neen hoor, ik vind die paardebloemen heelemaal niet naar. Ik vind ze de liefste bloemen uit de heele wei. Want als het herfst wordt en als alle bloemen verwelkt zijn en door de wind weggeblazen en ais het gras kaal en stoppelig geworden is, dan begint pas het feest van de paardebloemen, want omdat ze zoo sterk zijn, zijn 't de laatste bloemen die op de wei blijven staan en ze troosten de menschen, want ze zeggen: ,,Zie je wel, 't is nog geen winter. Wij zijn er nog!"

En pal staan ze en ze trotseeren de harde rukwinden met gebogen hoofdjes en krommen, taaien stengel. Zullen jullie nooit geen paardebloemen meer weggooien? Ze zijn zoo sterk en zoo dapper en ze doen zoo hun best om vriendelijk voor anderen te zijn."

Ernstig keken de drie jonge gezichtjes en Lotteke streelde onwillekeurig de hand van haar grooten vriend.

„Als het herfst is," klonk zacht en vleiend haar stemmetje, „en de paardebloemen hebben feest, gaan we dan kijken!"

Even huiverde de jongen, alsof hij het koud had, dan streelde hij liefkoozend haar zijige blonde haartjes en zei zacht:

Sluiten