Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAARDEBLOEMEN

„Als 't herfst is en alle bloemen zijn weg, dan mogen jullie mee naar het feest van de paardebloemen."

De wind kwam op en streelde de bloemen, die zich verweerden. Netty was opgestaan en zocht naar de weggesmeten paardebloemen. Helen, spontaan, plukte een nieuwen bos voor de kransjes. Lotteke verdeelde ijverig en tevreden de bloemen — de madeliefjes bij de madeliefjes en de klavers bij de klavers.

En meneer Eddy leerde de kinderen kransjes vlechten. Zijn oogen lachten, maar om zijn mond lag een vastberaden trek. Machinaal vlochten zijn handen, 't Geel van de paardebloemen overheerschte.

III

Toen het najaar ten einde liep, was Eddy Forbes ziek geworden. In het huis was het nu heel stil. Alleen de tantes liepen met zachte pantoffelvoeten van de eetkamer naar de keuken en maakten lekkere hapjes klaar. Ze beraadslaagden uren over wat het beste zou zijn voor Eddy, een bord soep met drie eieren er door of een flink bord slagroom. Meestal waren ze het niet eens, maar dat was niet erg, want het verzette den tijd, die kroop.

Boven op Eddy's kamer, koud en kil, zat de moeder bij het smalle witte bed en ze wist dat dit het laatste was.

En wild sloeg haar de wanhoop, dat zij nu zelfs in deze laatste maanden niets voor hem doen kon, dan rustig bij hem zitten.

Pijnlijk bij elk nieuw gerecht dat boven kwam en waar met moeite iets van gegeten werd, voelde zij:

„Dat krijgt hij niet van mij, van mij krijgt hij niets, ik kan niets voor hem doen dan bij hem zitten en hem wat verzorgen." En stil boog ze het hoofd en terwijl de jongen met moeilijke ademhaling sliep, dacht ze:

Ik zou nu met hem weg moeten gaan, heel ver weg en niet hier blijven, waar het guur is en tocht door de kieren en waar ik elk uur van den dag mijn afhankelijkheid voel.

Ik zou met hem moeten gaan naar het zonnige Zuiden,

Sluiten