Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZONDERLINGE BRUIDEGOM

DUIVENDRIGT (goedmoedig). Ach ja, beste Truus, familie-verwikkelingen en zoo. We kennen dat, hè? Zoo, Hetty! Ach, Drillema, nog 'n oogenblik! Dan krijg je den dokter zélf te spreken.

HETTY. Wat zegt u?

DRILLEMA (nederig). Dank u, professor! (snel terug in de le kamer rechts).

DUIVENDRIGT (snel). Niets, kind, ik zeg maar wat!

MEVR. v. BR. Maar vertel me nu eens.... (er wordt gebeld). Hé, wie is dat? (kijkt schuin door 't raam) O, Ella en Henk!

DUIVENDRIGT. Mooi! Die doen wij dan open, Hetty en we gaan wat naar boven, want je moeder heeft hier te spreken.... met 'n heer.

MEVR. v. BR. Ik?

DUIVENDRIGT (zacht). Ssst! Hugo is hier! (gaat naar rechts, opent 2e deur, praat iets, komt terug) Vooruit, Hetty! (neemt Hetty mee door den fond).

10e tooneel.

(MEVR. v. BR. alleen. Onmiddellijk verschijnt dan VAN BRANDELEN van rechts).

MEVR. v. BR. (na 'n stilte, zacht). Ben jij daar, Huug?

v. BR. (schuldbewust, blijft aan de deur staan). Ja, Truus!

MEVR. v. BR. (weer na 'n stilte, met 'n droevig lachje). Ben je dus teruggekomen?

v. BR. (zacht). Natuurlijk ben ik teruggekomen, (nog zachter). Ik had niet moeten weggaan.

MEVR. v. BR. (blijft in gedempten toon). Nee, Huug, dat is zoo slecht nog niet geweest.

v. BR. (luistert op). Wat zeg je, Truus?

MEVR. v. BR. Je hadt 't alleen veel eerder eens moeten doen.

v. BR. Truus!

MEVR. v. BR. Ja, heusch! En wat je me allemaal in dien boozen brief geschreven hebt, dien de kellner me nabracht

Sluiten