Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GYMNASIUM

kunnen zoo vaak niet meer wandelen, want hij krijgt het te druk.

Zuleikha vindt dit wel verdrietig, maar ze begrijpt het toch. Het is gelukkig maar voor een tijdje. Als 't eindexamen achter den rug is, zullen ze eiken dag bij elkaar kunnen zijn, zoolang ze willen. Want dan wordt Willem student en dan kan hij zich spoedig verloven. Dat wordt een heerlijke tijd! Als ze daaraan denken, is de ongezellige winter, die nu aanbreekt, wel door te komen. Willem moet nu maar flink studeeren. Af en toe kunnen ze elkaar toch nog wel eens ontmoeten?

Zoo spreekt Zuleikha, maar Willem schudt het hoofd.

„Nee!," zegt hij kordaat, ,,'t Is beter dat we elkaar maar nooit meer ontmoeten."

„Nooit meer?!"

Zuleikha's oogen worden groot; met angstige verbazing staart ze Willem aan.

Willem herhaalt het niet, maar knikt stilzwijgend van neen; vastberaden.

„Dat begrijp ik niet," zegt het meisje ontsteld. „Is er

dan is er dan iets anders?!" — „O!" roept zij

ineens uit, en haar stem wordt bedrukt, ,,'t is toch dat waarvoor ik al bang was. Je moogt niet met mij trouwen; je moet je verloven met een van die andere meisjes.

En ze begint te huilen.

„Dat is niet waar," brengt Willem hiertegen in. ,,'t Is heusch alleen 't eind-examen. Ik kan er niet rustig van werken, als ik altijd aan jou denk. Later zullen we wel eens weer zien, maar laat nu alles uit zijn tusschen ons."

„Alles?"

Ze snikt en verbijt haar tranen in haar zakdoek. Zwijgend loopen ze, inplaats van naar buiten, de stad in. Willem kijkt recht voor zich uit in de lucht. Zuleikha durft niet op zien; ze huilt stilletjes voor zich heen. Zoo naderen ze het pleintje, waaraan Willem's kamer gelegen is.

„Je moet niet boos zijn," zegt Willem. „Het kan niet anders." Ze antwoordt niet; ze zegt niets; ze loopt zwijgend en snikkend door. En Willem draait het slot van zijn

Sluiten