Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

AANMERKINGEN OMTRENT

De tweede aanhang is die der Karotten; men vindt ze nog heden in Polen en Lithauwen. Zij verwerpen, even als de Sadducecnen, alle mondelinge overlevering , maar gelooven aan de onfterfelijkheid der ziele.

De Pharifeeuwen zijn de eerfte aanhang, die de mondelinge overleveringen heeft beweerd. Zij ontftonden onder jonathan , eenen der Maccabeeuwen, honderd en dertig jaren voor christus; en deze zijn het, die nog over den geheelen aardbodem zijn verfpreid. Zij beweren, dat, behalve de befchrevene wetten van mozes , god , bij monde, aan dezen wetgever een groot getal plegtigheden en leerftellingen hact medegedeeld, die hij, zonder ze te hebben in gefchrift gefield, tot de nakomelingfchap heeft doen overgaan. Zij noemen de perfonen, door wier mond deze overleveringen zijn bewaard, en zij fchrijven aan dezelve hetzelfde gezag toe als aan de gefebrevene wet. In den beginne gaven zich de Pharifeeuwen voor de Wijzen bij uitftekendheid uit; zij zijn het, wien jezus christus zoo dikmaals hunnen hoogmoed heeft verweten, hunne verachting van andere menfchen, en den praal der zelfverloocheninge, welken zij voor de oogen des volks ten toon fprcidden.

De Esfeenen volgden de gefchrevene wet, en deden eene keuze onder de Overleveringen. Hunne zedekunde was zuiver en verheven. Josephus heeft van hunne zeden een tafereel opgehangen, 't welk hen in een beminnelijk licht vertoont.

Philon fchijnt de eenige fchrijver te zijn, die de Therapeuten heeft doen kennen. Hij vertoont "hen als de Monniken van het Jodendom, en josephus vergelijkt hen bij de Pythagoristen. Zij leidden een geheel betbiegelend leven; zij leefden eenzaam in cellen, alwaar zij veel ligchaams-ftrengheid pleegden.

Al aan Ronds na hunne verftrooijing ftichtten At Joden Akademiën, alwaar hunne leere werd bewaard, en de bekwaamde leeraars onderrigt gaven, 't Zijn de hoofden dezer Akademiën, die door hunne fchriften de wet der ©verleveringen hebben vastgefteld, en aldus onder de natie een gezag hebben verkregen, even groot als dat van haren wetgever. De vermaardfte was ongetwijfeld judas, de Heilige, de fchrijver van de Mishna. Judas, vernomen hebbende, dat de mondelinge wet in

ver-

Sluiten