Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WET DER JODEN. 21

vergetelheid begon te geraken en bedorven werd, wilde alle overleveringen zamenvoegen, en voor altijd behouden, die hij voorgaf, in derzelver volkomene zuiverheid te bezitten. Diensvolgens fchreef hij zijn berucht boek, 't welk omtrent het jaar 180 in 't licht kwam. 't Is een wetboek van het burgerlijk en kerkelijk regt der Joden, met de zouderlingfte bijgeloovigbeden opgevuld. Hat is verdeeld in zes deelen: het eerfte is eene foort van verhandeling over den akkerbouw; het tweede regelt de waarneming der feesten; bet derde handelt over de vrouwen, en doet uitfpraak omtrent alle gevallen, het huwelijk betreffende; het vierde loopt over de pleitgedingen en de fchaden, aan den koophandel verknocht, en de wijze van doen, daarin in acht te nemen: ook bevat het eene verhandeling over de afgoderij, en het fchijnt het belangrijkfte te zijn; het vijfde fpreekt van de offeranden; en het zesde van de neigingen.

Daar de Mishna twijfelingen omtrent verfcheidene ftukken overliet, en er daarenboven nieuwe vragen gerezen waren, vervaardigde jonathan , met behulp van eab en samuel , twee leerlingen van judas , eene uitlegging van de Mishna, de Jeruzalemfche l^halmud of Gemara genaamd (dat wil zeggen leering.) Maar vermits deze uitlegging niet vrij van misdagen fcheen te wezen, ondernam de fchool van Sora, niet verre van Baby Ion, eene andere, de Babylonifckc Thalmud of Gemara genaamd. Deze Thalmud, die omtrent het jaar 500 in 't licht kwam, is in veel grooter achting dan de Jeruzalemfche.

De Joden gelooven niet, dat de Thalmudisten met gods geest begaafd waren; de ingeving fchrijven zij alleen den Profeten toe. Nogtans fchatten zij den Thalmud boven de Schriftuur; de Schriftuur vergeliiken zij bij water, de Overlevering bii voortreffelijken wijn; zij zeggen dat de wet zout is, de Mishna peper, de Thalmud kostelijke fpecerij. Zij beweren, dat hij, die tegen de wet van mozes zondigt , vergeving kan verkrijgen; maar dat de misdaad van hem, die den Leeraren wederfpreekt, onvergeeflijk is. Zij beflisfen allerlei gefchilftukken volgen den Thalmud als eene hoogfte wet. De Rabbijn izaak verzekert, dat men zich niet moetverbeeld«n dat de gefchrevene wet de grondllag van den Godsdienst is; hij voegt er nevens, dat het de mondeli 3 Hn-

Sluiten