Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4? Sl' DE* AANVANG VAN HET JAAR 1807.

Hoop, die dochter vin gods liefde, Hoop, die, hoe ook onheil griefde-, t Bloedend hart nog fterkt en troost, Hoop maalt óp de zwartfte wolken,' Ook voor 't üddrend oog der volken Glanfen van den dag des vredes, Die toch in de toekomst bloost.

Komt, juicht, gij door fmart beproefden»

Droogt uw tranen, lang bedroefden!

i^er ent jaar zijn kring voltooit,

Is welhgt het pad uvvs levens,

Schoon 't vol doornen zijn moog', teven*

Met onwelkbre lenterozen

Van 't bekoorlijkst heil, befrrooid.

Ja, wij bidden, vol vertrouwen

Öin gods magt, gods hulp te aanichonwen:

Hl) is liefde, Hij is groot.

Aardfche magten mogen woelen:

God blijft waar geluk bedoelen •

Hij verbreekt de ftoutfte ontwerpen;

Hij fchenkt uitkomst in den nood.

Naamloos Wezen! Bron van 't leven!

Ta, gij zult uw vrede ons geven, t Bloedend menschciom fchreit u aan k Zie het oorlog reeds beceuglenr

De uren krijgen cluivenvlengleu;

't Jaar zweeft voort, als 't jaar des vredes

Pralend met olijvenblaaii.

Dan, o dankbre ftervelingen f Zal 't gejuich de lucht doordringen, k Zie van zwaard en krijgsgefchut Lang door 't bloed der volken dronken, Ploeg en fpade en zeis geklonken. Liefde en heil dauwt van de troonen* Welvaart bloeit in "s armen hut.

Werkzaamheid en reine zeden Vormen dan weêr't zaligst Eden, Voor mijn dierbaar vaderland. Handel, kunst en wetenfchap'pen Vordren weêr, met reuzenftappen. welk vooruitzigt! god des vredes! t speeltuig fiddert ia mijn hand.

Sluiten