Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fö LEVENSBIJZONDERHEDEN

het fpeelhuis waren, of zich met dans- of vechtpartij-* en vermaakten, werkte hij, en bad hij. Ondertusfchen zeiden velen van hem, dat hij een onnoozel mensch, een flechthoofd was, omdat hij geen behagen vond in ijdel gefnap en nuttelooze redenen, en dikwijls zweeg, wanneer anderen fpraken. Laffe fpotternijen , konde hij niet aanhooren; en bij ongefchikte , dubbelzinnige, en ontuchtige gefprekken, leed hij zigtbaar. Zijn ganfche ligchaam fidderde, bij eenig gevaar van zijne onfchuld te verliezen; hij kende te wel de aanprikkelingen der verdorvenheid, en de zwakheid zijner natuur, dan dat hij het gevaar wilde trotferen; zijne overwinning beftond in de vlugt. Hetgeen hem bijzonder ook op deze Univerfiteit onderfcheidde, was zijne ingetogenheid, gepaard met de bevalligfte hoogheid; alle dagen kreeg hij bezoek van burgers en vreemden, die zijn beminnelijk karakter, zijn verftand en doorzigt, tot hem lokte; en niemand kon zich over trotschheid of onbefcheidenheid, van wegen hem, beklagen, hij was minzaam en innemend, gaf ieder eenen wat hem toekwam, en nog ineer, doch in vertrouwelijkheid liet hij zieh niet in, maar hield zich altijd op eenigen afftand. Dit verwierf hem eerbied tevens en liefde.

Middelerwijl ftierf zijn vader, tot zijne groote droefheid; Hij moest naar huis gaan, en den last van het huisbeftuur op zich nemen, niettegenitaande hij nog eenen ouderen broeder had; hij deed dit ongaarne, maar men drong hem, hij moest toegeven. Het eerfte dat hij befchikte , was de begrafenis zijns vaders. Vijf van zijne voorouders hadden prachtige grafteekenen in de kerk; hij liet hem daar niet bijzetten, maar nevens de andere dooden, in de koude aarde begraven. Hierna fchafte hij misbruiken af, welken in zijns vaders huis allengs waren ingeflopen, herftelde de goede orde, en hervormde een Benedictijner Klooster, dat van de Heerlijkheid van eorromeus afhankelijk was, en Waarin eene ongebondene levenswijze heerschte.

Gedurende zijn verblijf in het vaderlijk lu»s-> moest sijne zoo vaak beproefde deugd op eene nieuwe proeve gefield worden. Een oud bediende in bet huis van sijn' vader, die door langen dienst eenig vertrouwen en aanzien verkregen had, "ftelde hem eenmaal voor: hij moest meer gemanierdheid leeren; hij konde op die Wijze * go/Q als hjVj gewoon was te leven » in de wereld * • niet

Sluiten