Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

326 LEVENSBIJZONDERHEDEN

hulp aanriep, gaande alle barrevoets. Het vurig gebed van borromeus was, dat god hem alleen wilde opleggen, wat het volk verdiend had. Aanmerkelijk is het■, dat hij het waagde, der klagende menigte te voorfpellen, dat de ziekte met Kersmis zoude ophouden; het welk ook in der daad gebeurde. Met het einde van het jaar, vertoonde zij zich niet meer, dan op weinige plaatfen, en in het volgend jaar, fcheen zij wel op aiieuw te dreigen, doch brak niet werkelijk uit.

Als al de Lazaretten vol warén, bragt hij bij den Raad te weeg, dat men buiten de muren hutten van planken opfioeg, en dezeiven met eene gracht en met palisfaden omringde, terwijl bij de ingangen foldaten werden geplaatst, opdat niemand, tot nadeel der gezonden, er mogte uitkomen. Tusi'chen en onder deze planken, ftierven menfehen, wien te voren geen vertrek bevallen zoude hebben, wanneer het niet met kostbare tapijten behangen was, en van goud gefchitterd hadde.

In de ftad heerschte alom eene akelige ftilte. In iedere wijk waren lieden gefield, die dagelijks lp ijzen rond droegen, welken men in ieder huis met touwen naar binnen haalde, of onder de huisdeur afnam. Verfcheidene malen leefden op openbare kosten zeventig duizend menfehen, die bij het ftilftaan van handel en bedrijf niets te verdienen hadden, en hetgeen zij nog bezaten, tot den laatften penning hadden verteerd.

Dc Aartsbisfchop zelf had fomwijlen de milddadigheid van anderen noodig, om de kosten zijner huishouding te beftrijden. Eenmaal, als hij des avonds, moede en mat, door honger en arbeid, met zijn gewoon geleide in zijn Paleis kwam, was er geen bete broods noch een' penning gelds te vinden. De een zag op den anderen, en zuchtte; en, onverwacht, werden hem door eenen onbekenden, duizend dukaten te huis gebragt. Het is ook zeker, dat hij verfcheidene jaren noodig had, om zijne fchulden, bij deze gelegenheid gemaakt, af te betalen.

^Dagelijks ontftonden nieuwe jammeren, welke zijne bijzondere zorg en hulp vereischten. Onder dezen was geen van de rninften, de grootc menigte kinderen, van welken borugmeus velen in de huizen verlaten, of n.au de ledige borften van ontzielde moeders, aantrof. Deze allen bezorgde hij op eene afgezonderde plaats, en

ver-

Sluiten