Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïfö BESPIEGELENDE GEDACHTEN , OVER DE RAMPVOLLE

vermorfelde lijken ftraks hunne ziel door folterende fmart verfcheurden. Echtgenooten, die hun lot vol dankende ulijdfchap zegenden ; echtgenooten , wier liefde elke levensvreugd verdubbelde, en eiken rampfpoed in weemoedige teederheid deed wegfmelten, zulke vlekkeloos minnende Echtgenooten zijn in het verfchrikkelijk oogenblik van elkander gefcheurd, en hijgen nu, eenzaam en kwijnend, naar de grafrust, alleen door de hoop op eene zalige wederontmoeting in de uren des jammers vertroost.

O Lei] den! van oads beroemde, van ouds aan het Vaderland zoo dierbare ftad, wie beweent uwe verwoesting niet? wie offerde geene tranen des medelijdens aan de ramp, die u getroffen heeft ? Aan de grenzen van ons vaderland, deed het vreesfelijk gerucht mij, en alic gevoelige zielen , fidderen. Landstreken breiden zich tusfehen uwe en mijne woonplaats uit, fchuimende golven bruizen tusfehen Rijnlands vruchtbare beemden , en de heuvelachtige heiden, die mij omringen. O, waarom kon die afftand, die zoo veel kalme rust, in uw doodelijk uur, op mijn levenspad dauwde! O, waarom kon die afftand Leijdens rampzalig lot niet voor altijd voor mij verbergen L Kommerloos wijdde ik mijne vreedzame oogeriblikken aan verftand ontwikkelende letteroefeningen , terwijl de naderende avonduren, met vriendfehaps paradijsloof omkransd, mij bekoorlijk te gemoet lachten: maar ook tot in deze ftille afzon» dering trilde de fchok der verwoesting; de ontzaggelijk voortgeperfte lucht deed mijne glasramen fenudden, in fpijt des verbazenden afftands, fchoon die zwakke beweging naauwelijks voor een..oogenblik mijne bewondering kon verwekken, en dat oogenblik — ontzettende gedachte! dat oogenblik was zoo verfchrikkelijk voor Lcijden, was zoo doodelijk voor dierbare natuurgenooten, voor achtenswaardige bekenden, en met zegenende tranen beweende vrienden. Met grievende fmart denk ik aan elke verwoesting, die het afgrijsfeüjk oorlog, of die de ftrijd der hoofdftoffen doet ontftaan; maar mijne geliefde vaderlandfche ftad fidderde niet voor het donderend moordgefchut des vijands, geene krijgsbanieren wapperden om haren wal, geen doodelijke angst gilde door hare ftraten, en geene verwoesting breidde zich van uur tot uur over de wankelende gebouwen uit ; geene doffe onderaardfehe- donderftemmen, geene uit-

ber-

Sluiten