Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|7<> »E MUZIJK DER INDOSTANNERS

Een derde raug bad het vermogen om regen te doert nederdalen. De rijstvelden van Bengalen leden eens zoo. lang gebrek van regen, dat zij op het punt Honden van te verdorren, en men al de verschrikkingen van den hongersnood -te vreezen had. Een meisje kende diewerk- en krachtdadige melodij; zij zong, en een ver». Zwikkende regen daalde neder op het paradijs der landItreek

De Indostanners gelooven nog, dat er onder hen nog kunftenaars worden gevonden, welke die geheimvolle melodijen bezitten, doch dezelve verborgen houden, en thans dezelve niet willen zingen.

Hunne tegenwoordige muzijk bezit geene bijzo; dere wonderbare of zielroerende kracht; eenigen hunner me* lodijen bezitten echter eene klagende eenvoudigheid, waarin men dezelve met de Schotfche en lerfche ge* zangen kan vergelijken, anderen integendeel hebben eene, aangename eigendommeUjlce wild- e,i woestheid.

De tegenwoordige muzijk der Chinezen levert weinig bijzonders op. Nadat de overheerlijke muzijk der Chinezen was verloren geraakt, dat is: nadat zij zich niet meer in hare verhevene werkingen vertoonde, welke de natuur-muzijk op de gemoederen, toen zij dezelve en die kunst vonden, te wege bragt, en in hare eerfteepoque bij alle volken voortbrengt . ontwikkelde zich

langzamerhand hunne tegenwoordige, doch minder voortreffelijke, muzijk.

Hunne toonfchaaJ of toonladder beftaat uit vijf too«. nen, en deze zijn, in vergelijking met de onze, behalve den grondtoon, de tweede, de derde, de vijfde en de zesde, Melodijen, welke zij uit dezelve vormen, jijn eentoonig, en klinken in een Europeesch oor, wegens den weinig aangenamen» krasfendeq toon van al hunne m.uzijkinltrumenten, onaangenaam en vol gedruisch. Als men dezelve echter meermalen hoort, of naauwkeuriger onderzoekt, dan vindt, men er iets eigendommelijks in, hetwelk, fchoon het voor het tegen* woordige nog niets voor de kunst aan de hand geeft, echter bij eene meerdere befcbaving veel belooft.

De zangttem wordt bij hen meer befchaafd dan de muzijkinftrumenten. Vele Europeanen kunnen de teederheid, rondheid en zachtheid hunner toonen, in het gezang, niet genoeg roemen.

Hunne inflrumenten zijn in der daad nogin den hoog-

ften

Sluiten