Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l88 DE ONGELUKKIGE MINNAAR

om te trouwen. Hij was zoo gelukkig een meisje te vinden, hetwelk met al de bekoorlijkheden der jeugdige fehoonheid tevens een voortreffelijk hart en een verftand paarde, dat met regt bewondering verdiende. Hij beminde ze met het vuur eens jongelings, en zag met ongeduld het oogenblik van vereenigmg te gernoet. Reeds rukte de zoo reikhalzend verlangde dag aan; reeds waren al de toebereidfeien gemaakt, om dit feest der liefde te vieren; reeds ftond de Marquis aan het doel zijner wenfchen , toen charlotte plotfehng ziek en in weinige dagen door den dood ten grave gefleept werd. Deze tijding trof den Bruidegom als een donderdag. Hij verloor zijn verftand en verviel in eene gemoedsgefteldhëid, die eene vreesfelijke toekomst voorfpelde. De beroemdfte Geneesheeren zorgden voor zijne herftelling, maar niet, dan met veel moeite gelukte het hun, om den Marquis weder tot zichzelven te brengen. Met de vrolijkheid van den man was het echter gedaan; aan gezëlfchappelijke vermaken nam hij geen deel meer. Enkel met zichzelven en het beeld zijner onvergetelijke geliefde werkzaam, leefde hij eenzaam op een zijner landgoederen, en wel daar, alwaar hij met zijne charlotte de eerfte kennis gemaakt, haar eene eeuwige liefde gezworen, en eene gelijke verzekering van haar gekregen had; en ook hier was het, waar hij op het zonderlinge denkbeeld kwam, om, ook nog na den dood zijner dierbare charlotte , haren minnaar te blijven fpelen. Dit befluit was naauwelijks genomen, of de Marquis floeg handen aan 't werk, om dit te volvoe. ren. Een der voornaamlte beeldhouwers moest uit Parijs komen en een charlottes beeldtenis, naar het Portret, 't welk de Marquis van haar bezat, uit het kostbaarfte hout vervaardigen. Het figuur was in levensgrootte , en gelukte den kunftenaar, die de overledene perfoonlijk gekend had, zoo goed, dat het alle. verwachting te boven ging. Elk lid had ledematen, en kon, volgens de natuur, bewogen worden. De fchilder, die aan dit beeld de natuurlijke menfchenkleur gaf, overtrof zichzelven, terwyl de bekwaamheid van den kapper, wjen het hoofd was toebetrouwd geworden, allen lof verdiende. Alle die charlotte in haar leven gekend hadden werden bij den aanblik dezer geftalte ia

de.

Sluiten