Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2l8 OVER DE NEIGING OM ANDEREN TE BEHAGEN.

dreven, dat het ons derhalve geene fchande kan varoorzaken, een doel, hetwelk nog niemand bereikte, gemist te hebben. Het eervolle der bloote proefneming befchouwen wij reeds als eene verdiende, waarop wij trotsch zijn kunnen, hoewel het nog altijd de vraag blijft, of dit eene toereikende vergoeding voor de teleurdelling zij. De mensch ftreeft vaak naar onmogelijke dingen, zelfs, wanneer hij door de ervaring, omtrent anderen, volkomen van hunne onmogelijkheid overruigd is; hij koestert nog altijd de hoop, dat het hem gelukken zal; eene hoop, die, hoe algemeen ook, maar zelden vervuld wordt, De reden hiervan is klaar. Eigenliefde of eigenzinnigheid doet ons altijd gelooven, dat het met ons een ander geval zij, hetwelk door eene Uitzondering op den algemeenen regel begundigd wordt. Ieder gelukzoeker in de loterij, is bij zichzelven wel overtuigd, dat Hechts één het hoogde lot kan trekken; doch ieder matigt zich echter het regt aan, om te hopen , dat hij die ééne zijn zal. Dat men fterven zal

is zeker; ■ de tijd wanneer is onzeker; ■ dit

zijn waarheden van gelijken aard, waarvan een ieder zeer overtuigd is; en, hoe weinigen bedenken nogtans, dat ook hun tijd vervliegt, ook hun derfuur nadert.

„ Allen te behagen is onmogelijk." Hiermede

troost zich de flaatsman, wanneer hij het vertrouwen en de gunst van het volk verliest; de daatkundige, wiens ontwerpen worden verworpen; de geestelijke, die de helft zijner gemeente uit de kerk predikt, en de laatde reis voor doelen en banken dond te prediken; de koopman, die zijne klanten verliest; en de fchrijver, wiens werken door weinigen worden gelezen. Deze laatlte klasfe van menfchen wordt in der daad veel meer, dan de overigen, bedrogen. De autheurenondergaan eene verachtelijke oordeelvelling van weetnieten, die hunne fchriften niet verdaan kunnen; —— van rijden, die dezelve niet lezen willen; ——van vitters , die er hun vermaak in dellen, om fouten en gebreken

op te zoeken; en van ruwe menfchen zonder

fmaak, die, over het algemeen, niet vergenoegd zijn willen..

Het is derhalve noodzakelijk, dat wij eenen beteren troost, dan de iidele zin- of magtfpreuk: „onmogelijke dingen zijn niet in onze magt," aanbieden; en zulic

een

Sluiten