Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE NEIGING OM ANDEREN TE BEHAGEN. 221

gen behagen, door wier goedkeuring hij zijn voordeel zoekt, maar hij heeft de mannelijke waarde van het, vernuft verloochend en als een misdadiger fchimp en hoon op zich geladen. De winkelier, die, uit vrees van zijne nering te verliezen, zich met gelijke^ beleefdheid en dankbaarheid jegens zijne armfte als jegens zijne aanzienlijkfte klanten" en vrienden gedraagt, heeft alles, gedaan, wat hij, om eenen ieder genoegen te geven * doen kon. Maar wanneer hij zich alleen voor de rijken buigt, en jegens hen de waarheid te kort doet, ZOO mag hij bedenken, dat de ilaaffche onderdanigheid verachting en de logen ontmaskering zal ten gevolge hebben.

B IJ VOEGSEL.

Veelligt is er geen doelmatiger middel, om de menfchen van het dreven naar algemeene goedkeuring terug te brengen, dan dat men hun zelfs de baan wijst,langs, welke zij het zekerst tot hun doel zouden kunnen geraken.

Wie de goedkeuring, zoo niet van allen, nogtans van de meeste menfchen, tot welke hij in eenige betrekking ftaat, tracht te verkrijgen, verloochene vooreerst iedere groote en voortreffelijke eigenfchap zijner zedelijke of verltandige, redelijke natuur. Verhevene deugden en uitftekende talenten bezitten nimmer, of flechts zeer zelden de algemeene gunst en genegenheid. De gewone mensen, de half befchaafde, de onwetende bemint alleen het gewone en gemeene; het verhevene en edele ligt buiten zijn bereik, buiten zijn gezigt. Verhevene, van het vuig eigenbelang verwijderde,deugd

noemt hij dweeperij; ongewoon teeder en kiescb.

gevoel in aandoeningen en taal -— gemaaktheid en kunltenarij. Verrasfende, diepe gedachten, verhevene denkbeelden, of fcherpzinnige en nieuwe befpiegelin-

gen over wereld en menfchen zijn hem kenteeke-

nen van een waanwijs vernuft. —• De meeste menfchen bezitten bij of in zichzelven geenen maatftaf voor het buitengewone, het fchoone, het verhevene; hoe kan meu dan eenig gevoel daarvoor van hen verwachten? De goedkeuring, die veelligt de domheid of onkunde nog voor den man van uitftekende vermogens overlaat, wordt nu door pijd en wangunst nog verder

ver-

Sluiten