Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ver gods bijzondere voorzienigheid. 249

toch niet aan, geloof ik gods Bijzondere Voorzienig» heid; mijn eigen gevoel zou elke twh'feling aan dezelve ©verftemmen j maar wij zijn toch zedelijk vrije wezens,

REINHART.

Ik verlta u, mijn vriend! zedelijk vrij te handelen, en toch verbonden te zijn aan het Goddelijk ontwerp, dit fchijnt u ftrijdig: doch deze fchijnbare ftrijdigheid vloeiteven gelijk alle andere, uit onze bekrompens denkwijs. Wanneer wij een plan vormen, en wij dwingen anderen, om volgens dat plan te werken, dan ziin zij voorzeker met vrij. Doch, waart gij vermogend om een volftrekt volmaakt plan daar te ftellen, dart zou voor eerst, alles wat zedelijk goed is, uw plan volgen, en gij zoudt te gelijk vermogend zijn, om elke afwijking van het zedelijk goede, en, of dat hetzelfde was, van uw plan, te doen medewerken, om langs duizend, duizend onderfcheidene wegen uw doel toch te naderen. Zie, mijn Vriend! dan zoudt gij u het beftuur der Eeuwige Volmaaktheid duidelijk kunnen voorftellen. Wij handelen vrij, wij dwalen onophoudelijk, doch wij blijven zedelijke wezens, wij blijven naar de volmaaktheid ftreven, welke verkeerde denkbeelden wij dan ook van die volmaaktheid vormen; aan den Alwetenden zijn onze krachten, onze neigingen, en derzelver uitwerkingen bekend; de gevolgen der dwaling moeten onze krachten, onze misbruikte en vrijwillig misvormde vermogens herftellen. Dit alles behoort tot het volmaakt ontwerp; onze afwijkingen , het misbruik onzer zedelijke vrijheid, alles, alles ftaat in verband met het geheel; en juist hierin beftaat die volftrekte, die onbegrijpelijke alles overtreffende volmaaktheid van gods ontwerp, dat niets — niets —— in ftaat is, om deszelfs volkomenheid te verftoren. Alles wat gebeurtj is en wordt voorzien, door Hem die alles beftuurt, wiens eenig doel, in het fcheppen van het heelal, was het mededeelen, het doen uitvloeien van zijne eigene gelukzaligheid. Dat doel wordt bereikt, en zal bereikt worden; alle fchepfelen zullen zich in dien oceaan van namelooze gelukzaligheid baden, en dan, ol dan eerst, zal god, op de heerlijkfte, op de onuitfprekelijkfte wijs, alles in allen zijn.

Q 5 l K.

Sluiten