Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van gottingen naar. de hartz. 2<ïi

en de ware ellende, dat wil zeggen, gebrek aan toereikend levensonderhoud, doet den Staatkundigen Herder begrijpen, dat hij zijne fchapen te lterk heeft vermenigvuldigd.

Doch laten wij tot den Mijnwerker wederkeeren. Hij naait zilver uit de bergen. Met een gemeenzaam , doch waar zinnebeeld noemt men dit zilver middelen. De landman, hoe eenvoudig hij ook zij, zoekt ook middelen tot duizend dingen, en hij doet ze met het koren der aarde voortkonen, naar gelange de mijnwerker daaruit mijnftoffe haalt, de fmelter het zuivert en de munter het in middelen verandert. Zie daar dan in cler daad een geheel nieuw volk, uit de mijnen, om zoo te (preken, voortgekomen. Maar zou dit volk gelukkig zijn? Dit wilde ik nog weten.

Het genoegen, 't welk ik in het zien van Osterode fmaakte, droeg reeds bij ter oplosfing van die belangrijke vraag. Hoewel dit nog geene Mijnflad is, heeft zij zoo vele betrekkingen tot de mijnwerkers, dat de vrolijke gelaatstrek, welke ik aldaar befpeurde, mijne vreeze begon te verdrijven.

Ik daalde neder in de vallei, langs eenen weg, zeer belangrijk voor de Natuurlijke Historie. De zon was aan het dalen bij mijne komst te Osterode: want ik was vrij laat uit Gottingen vertrokken. Ik fpoedde mij derhalve om den berg te beklimmen, uit vreeze dat de dag mij zou begeven. Zoodra ik het eerfte fcrras van den berg had bereikt , bevond ik mij in den fraaisten tutn, in den Engelfchen (maak, wil ik zeggen; altiidgroenen verzeilen aldaar in de fchoonlte orde eene fungerende laan, met het zachtfte zand beftrooid', en van een bekoorlijk gras omzoomd. Deze wandelweg door de natuur zelve aangelegd, het . echt model van des Heeren bkawn's nabootfingen , ftrekt zich uit langs den top eens heuvels, die tusfchen twee valleijen ongevoelig rijst. De ftammen der denneboomen wijzen de hoogte der rijzing aan. Allengskens verkleinen de voorwerpen in de laagte voor het oog. Gedurende eeni^en tijd zag ik niets anders dan deze denneboomen; doch mijne oogen regtsaf flaande, ontdekte ik eensklaps als een vloed van huizen; beter naam kan ik aan dat gezigt niet geven; zij volgen op elkander als een waterval, en de denneboomen, te midden door welke zij R S zich

Sluiten