Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eö"4

bijzonderheden kener reize

fte mij terug bij de hutten der bergen, wanneet het gezigt van een vergulden balkon mij uit mijnen droom deed ontwaken.

Ik had het huis van den 'Kapitein der Münen bereikt; hier moest ik Itil houden. Van twee Staatsdienaars zijner Majefteit te Hanover brieven van voorfchrijvinge hebbende aan den Baron van reden, verwachtte ik van hem hechts de noodige aanwijzingen. Te Gottingen had ik gezien, dat de barrometer zakte, en ik vreesde, dat na lang mooi weder eindelijk regen zoude volgen. Nogtans verlangde ik de Brochen te beklimmen. Hierna was ik voornemens , dienzelfden nacht vm-Clausthal te vertrekken, om met het aanbreken des dags aan den voet dier hoogte te zijn; endaartoe had ik aanwijzing en hulp noodig.

In 't eerst vreesde ik, door mijne onverduldigheid te zuilen tot last zijn; maar de nood mij moed gevende, fteeg ik af, trad naar binnen en werd toegelaten. Nooit zal ik dien avond vergeten. Ik kwam er ten zeven ure, en ten tien ure. Na met den Heer van üwen en diens gezin gefpijzigd te hebbeiij klom hij met mij te paard, en wij reden te zamen af, hebbende eenen Houtvester tot gids, en gevolgd van twee zijner bediende». Om van de waarnemingen , de Natuurlijke Historie diens lands betreffende, door mij gedaan, nu nog niet te gewagen, kan ik het allerzoetst vermaak, 't welk ik op deze reis genoot, niet onvermeld laten.

't Was zondag, en de mijnwerkers dien dag niet in de mijnen zijnde, had ik een gedeelte daarvan beftemd om hen nader te keren kennen, ik ving 's morgens aan met hun verblijf te bezïgtigen. Ik was bekoord over de welvoegelijkheid en zindelijkheid van al wat ik zag. Groote ftraten, vrij wel gevloerd en geveegd , zijn met bijkans alle eenzelvige huizen bebouwd, van eene foort van hout gemaakt, welks reten zijn gevuld met aarde, van pleister naauwkeurig overdekt. De daken zijn van lei of hout. Niets heb ik ooit gezien, 't welk een gefchikter aanzien heeft; geen enkel vervallen of verwaarloosd huis; alles had er het voorkomen van welvarendheid, en dat de bewoners in goeden doen zijn.

De lucht helder en de morgen zeer koud zijnde, beefde ik van koude, omdat ik er mij niet tegen ge-

Sluiten