Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iJIfS BIJZONDERHEDEN EENER REIZE

dochters der Ambtenaren onderfcheidden. Want ook in deze deden ontmoet men het dus genoemd goed gteeh fchap, en dat het in waarheid is: omdat met de opvoeding, welke hetzelve kenmerkt , die menfchelijke waarde zich vereenigt, die in de groote wereld zoo ligt verloren gaat, maar in de kleinere kringen, omdat men er elkander noodig heeft, behouden blijft. In dit goed gezelfehap rekent men zich het waarnemen van alle Godsdiendige pligten nog tot eere. Men durft er, wanneer men aan tafel gaat, god danken voor het goede, 't welk men van hem ontvangt; men durft zijne heerfchappij erkennen; men durft er den zondag als een' aan hem gewijden dag aanmerken.

Men zong toen ik in de kerk kwam ; het orgel onderdeunde het gezang, doch had den boventoon niet. Elk zong met zoo veel deelneming als in een concert. Ik bleef digt bij de deur daan, van eene zekere huivering bevangen , en begon zelf te zingen. Ik gebruïkte geene woorden, want ik verftond ze de bewegingen van het hart uit de algemeene houdmg, en dit is de taal van alle landen. .

Het gezang geëindigd zijnde, trad ik dieper m de kerk, en doorwandelde die geheel , de aangezigten en houding gadeflaande, vooral onderzoekende, of er zich niet eene zwavelkleur vertoonde. Maar indien het volk, dat van den nacht den dag maakt,>en na den middag opdaande zich blanket, waarlijk belang in zijne fchoonhcid delde, zoude het naar deze bergen ijlen. De Mijnwerkers maken ook van den nacht den dag, en van den dag den nacht; maar in de mijnen nederdalende, nemen zij niets anders dan brood en water mede, en hunne leden bewegen er zich. tDe lucht, welke men aldaar doet rondloopen, van den top des bergs komende, brengt de gezondheid derwaarts; zij ademen dezelve ongemengd, en niets vertoont in hun flagtofrers der fchraapzucht. Doch men moet ook bekennen, dat zij goede meesters hebben ; het Huis van"Brunswij'k heeft hen ten allen tijde bemind en befchermd. Men behoeft hen dechts te zien om te gevoelen, dat het een vrij volk is; en men zou hen moeten zien, om te leeren, dat de menfchen, om van hun bemind en gediend t<= worden, aldus moeten behandeld worden.

De bewoner van de Hartz is vergenoegd in zijnen ftaat, en wil dien niet veranderen; tot in het b«gel°°"

vige

Sluiten