Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of den eigenlijken grondslag der deugd» 39}

eénige bloote fchoqnheden, die de verbeelding kunnen roeren en aanvuren, en menfchen van hoogvliegende en fijnuitpluizende befpiegeiing onledig houden ? En is het dan mogeiijk, dat achtgeving op het geluk, 't welk uit de deugd voortvloeit, van èene regtmatige en redelijke liefde voor de deugd kan afgeicheiden worden? Dat het een zeer begeerlijk goed is, en van weldadige gevolgen gaat vergezeld, wordt door weinigen betwist; en indien zij daar en boven kan begrepen en bewezen worden, beminnelijk te ziin, afgeicheiden van hare nuttigheid, dan moet het erkend worden, dat beide deze bedenkingen een vaste grondflag zijn van de liefde voor, en de betrachting van dezelve. En indien het voor partijdigheid worde aangezien , indien wij de deugd enkel als iets voordeeli^s beminnen, en niet als iets, 't welk in zichzelf fchoon is, zoo moet het even zeer een blijk van partijdigheid zijn, de deugd enkel als een fraai fchilderftuk aan te merken, maar niet als de bron van geluk.

Laten wij nu de zaak uit een ander oogpunt befchouwen, en het gezag van god als het eeriie beginfel in onze redekaveling ons voordellen, en dan beproeven, of niet het algemeen befluit op hetzelfde als voorheen zai nederkomen. En hier zal alles van een duidelijk denkbeeld aangaande de zaak zelve afbangen. Indien wij door gezag niets anders verdaan, dan opperheerfchappij, en volftrekte rnagt, in 't wilde geoefend, en niet b.;ftuurd door een zedelijk beginfel, is hei zeker, dat daaruit geene gevolgen kunnen afgeleid worden, gunftig voor 'de deugd, of voor het geluk der Schep, •ping. Maar dit is zoo veel, als denkbeelden ondereen verwarren, die wezenlijk omleJchiiden zijn. Want, een Wezen kan de magt bezitten om te doen, 't geen hem behaagt, doch het "kan geen gezag hebben om iets te doen, dan 't geen regt is. Geen vereerend denkbeeld kunnen wij, it-rhalve, aangaande de Goddelijke regering, voeden, ten zij wij dezelve onderftellen gegrond te zijn op regtvaardigheid, en als geoefend wordende met welwillendheid en goedaardigheid. Maar hoe kunnen billiikheid en goedheid de grondflag en regelmaat van eenige regering ziin, indien hare wetten niet regtvsardig en redelijk zijn? En indien zij wijs en goed in zichzelve zijn, moeten zij goedgekeurd en hooggeB b 5. fcliat

Sluiten