Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VERXANCJEN DER PLANTEN NAAR. LICHT* 4OI

Gezclfchap n'et te mogen onthouden: rullende niet in gebreke' lijven, alies aaneengefcbakeld aan te teekenen, ten einde in de eerstvolgende bijeenkomst in flaat te zijn geriefd, deze cbfervatio morbi ulieden in haar geheel mede te deelen.

(liet Vervolg en Slot in No. 10.)

het verlangen der planten,naar licht.

Bij de proefnemingen van den Franfchen Abt pes« sier, die gewasfen, bij voorbeeld;:; koorn en chicorei of fuikerei, in kelders hield, waarin flechts eenige ftraien dag- of kaarslicht vielen, hetwelk dan door fpiegels verder geleid werd, wendden zich de planten altijd naar het licht toe, en wel des te meer, hoe jonger en hoe verder zij van het licht verwijderd waren; de neiging tot het licht rigtte zich ook naar de ligging der kiem en naar de ligt- en moeijelijkheid van het opkomen der planten. De onder een luchtgat ftaanda planten, waren veel groender dan anderen;., de, bladeren bleven het groen fre onder donker • laauwe, en' zij werden het bleekfte onder donkergele glazen. Zoo er geene licht op de planten zei ven viel, bleven zij. bleek, zij mogten voor het overige daarvan verwijderd zijn of niet. Het lamplicht had dezelfde uitwerking als het daglicht, doch in eenen minderen graad; het licht der maan had ook invloed op de kleur der planten, en hield ze groen.

zonderlinge hoogmoed.

Op eene zeer zonderlinge wijze vertoonde zich de hoogmoed van eenen Spanjaard -—- van den Pnns stillano, die in het Bisdom Sivilië zulke aanmerkelijke ambten had te begeven, dat hij Voör de onderteekeuing van de uitgevaardigde Brevetten of Acten

J4ENCÏ. 1807, NO. 9. <ÊC Van

Sluiten