Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAGSDIENST

91

haat, maar die haar dienen moet, gekluisterd aan de draadlooze op verloren Zondagmiddagen.

En toch, wat is haar invloed, af ter all? Ons huis, vroeger, stond aan den rand van een groote stad. Wat drukte op de wegen naar het sportveld en af en toe, gedragen op den wind, de verre brulgeluiden. Meer merkten wij er niet van.

Op het redactiebureau van het kleine stadje was haar invloed niet veel grooter. Onverschillig voor keiharde schoten, voor kampioensaspiraties, voor onverdiende nederlagen en welverdiende overwinningen dommelden de oude bureaux weg in hun rustdagdoezel na het gejacht van de voorbije kranten week. Van oude brandweerrossinanten moet je geen renpaarden, van gepensionneerde ambtenaren geen journalisten maken. Waarom hebben ze dan die afgedankte posttafels niet met rust gelaten? Twintig jaar geleden, toen het krantje gevestigd werd in het afgekeurde schouwburggebouwtje, hebben die stijve, stramme oudgedienden een nieuw en ander leven moeten beginnen. Ze hebben gezucht onder den vuistslag van den hoofdredacteur in diens eeuwigen strijd tegen den meesterknecht als gepersonifieerde zetfout. Ze hebben getrild als het vertrek weerschalde van daverend gelach om 'n goeie mop. En stil hebben ze berust, wanneer aan hun groezelig zwart tafelblad een redacteur zat te zweeten over 'n „zwaar" artikel.

Waar is in den loop der jaren hun ambtelijke netheid gebleven, hun ordelievendheid? Nu dragen ze stapels paperassen en sigaretteneindjes, scharen en krantenuitknipsels, opgedroogde inktkokers en potjes beschimmelde stijfsel. De papieren puilen uit de tallooze hokjes waar vroeger de gesorteerde brieven logeerden, de papieren bedekken haar, zij overheerschen haar. Het papier waar berichten op geplakt of geschreven worden ligt weer op ander papier, dat beplakt of beschreven is, op oude drukproeven, vergeelde programma's en al of niet gerecenseerde boeken en brochures. En juist als de tafel die in geen maanden het daglicht aanschouwde, berusten gaat in den steeds groeienden last, is de uitkomst daar.

Meneer Pieterse vraagt waarom hij niets gehoord heeft

Sluiten