Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GYMNASIUM

151

bald of geestdriftig omhooggeheven; ze zijn eeuwig dronken van wijn, van rechtvaardigheid en liefde.

Nu Willem die woeste studentenwereld op de platen van Ver Huell heeft aanschouwd, beangstigt zij hem wel even. Zal hij mee kunnen doen aan de nachtbraker ij en en dollemanstooneelen; zal hij aan één stuk door woedend en dronken kunnen zijn? Hij moet mee ploerten de hersens inslaan, nachtwakers opbrengen, naambordjes stelen, vrouwen verkrachten, te paard door den nacht draven. Hij moet mee onverschillig zijn, rooken, zwetsen en bitteren; hij moet mee geld opmaken en diep in de schuld zitten. Dit steekt hem eensklaps fel door het hart: hij zal het nooit kunnen: ze thuis in verlegenheid brengen door zijn schulden en zijn ouders verdriet doen door zijn gedrag. Hij zal een slecht student worden.

Die dollemannen op de platen zijn evenals hun honden, schreeuwerig en opdringerig en Willem haat ze in eens. Maar gelukkig heeft het studentenleven ook nog een andere zijde. Men kan ook student zijn als Hildebrand, die genoeglijk logeerde en in de trekschuit kennis aanknoopte en met bakkersmeisjes speculaas vergulde op een kalm en pleïzierig avondje. Willem luistert naar de verhalen, die Pa van Piet Paaltjens vertelt; dat ging ook wel eens woest, maar toch niet altijd; hij was een genoeglijke gast en zijn grappen en kwinkslagen waren tam en niet levensgevaarlijk.

Willem en Guus zullen, als ze student zijn, een Pickwickclub vormen en ontdekkingstochten gaan doen naar het land; ze zullen avonturen hebben in dorpsherbergen en op dorpsdanspartijen; ze zullen uit logeeren gaan bij dominees met aardige dochters en op stille kasteelen zitten keuvelen met een ouden landedelman. Ze zullen op reis gaan en evenals Heine de bergen bestijgen en met visschersmeisjes van de Noordzee amourettes beleven. Ze zullen zich aansluiten bij Zigeuners en gelijk Wilhelm Meister wijsheid van den harpenaar aanhooren.

Juist als het eind-examen achter den rug is, zal de wereldtentoonstelling zijn te Parijs. Daarheen zullen ze gaan, zoo ze er doorkomen. Het zal hun belooning wezen. Parijs,

Sluiten