Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PROFESSOR

275

geef niets om professor Rovenius. Als ik verliefd op hem had kunnen worden, dan! Maar ik kon niet verliefd op hem worden.... omdat.... Zij wist waarom:

Zij hoopte, dat eenmaal Alexander haar provoceeren zou, en haar verliefd maken op hèm.

Diep in gedachten ging zij naar huis; diep in gedachten wilde zij de trap naar haar kamer bestijgen, toen de deur open werd gedaan van een beneden-vertrek, en Alexander op den drempel van zijn eigen kamer verscheen.

— Ben jij daar? vroeg zijn koele stem. Hoe kom je zoo vroeg?

Zij haalde de schouders op, werkelijk geen antwoord wetend, en verried hem daardoor, dat er iets bizonders was gebeurd, — het bizondere, dat hij al lang had verwacht.

— Kom binnen, zei hij met een hoofd-beweging; en zij gehoorzaamde zwijgend.... want opeens was haar hart gaan kloppen, in een verrukkelijke onrust, tot hoog in haar keel.

— En? vroeg hij. Maar.... zonder de naar boven wellende woede, die zij hoopte, verwachtte....

Weer haalde zij haar schouders op in een onwillekeurig en onbewust gebaar.

Toen kwam hij vlak vóór haar staan. En vlijmend koud vroeg hij haar:

— En dus is je doel bereikt? Je hebt gemaakt, dat die man zichzelf vergat?

Even ging een schok van blijde spanning door haar heen: hij werd boos.... hij werd driftig.... hij zou....

Zij keek hem aan, — maar hij vergat zich niet, Alexander. Aan zijn slapen klopten de aderen niet, hij werd niet bloedrood van drift.... zijn gezicht leek enkel nóg wat bleeker, wat kouder....

— Ik heb hem 'n charlatan genoemd, maar jij bent 't, Cecilia, jij, — jij bent 'n charlatan in de liefde. Niets is echt aan je, je bent leeg, leeg van ziel, — 'n mooie schijn, — en anders niets.

Sluiten