Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MODERNE OUDERDOM

323

weliger dan ooit tevoren. De strijd met de slang en de Asser Synode nemen dit onoeconomisch character van het korte haar niet weg. En ook de zomertijd is geen «bezuinigingsmaatregel», althans geen nationale. Zij is een «bezuiniging» te kwader trouw, geheel ten voordeele van de steden en ten nadeele van het land, voor hetwelk dezelve verspilling van geld en werkkracht beduidt. Zulk een misbruik van de heerschende «democratie» ten koste van een zwakkere, hoewel nuttiger, laag des volks, moest U niet aanvoeren als kenmerkend voor den nieuwen geest der jeugd. En heelemaal niet als een «principe»! Ten ware het dan het principe der rechtsverkrachting zij.

Doch gelukkig duurt ditmaal de inzinking van het betoog niet lang. De volgende zin:

»Wij zouden ook van de technische levenshouding kunnen spreken.«*)

is al weêr veel beter, en verder bevatten de pagina's 47 en 48 een voortreffelijke kenschetsing van de na-oorlogsche wereld, die uitloopt in de bondige sententie:

«Reactie of revolutie? Slechts hetgeen zich in al deze

dingen als rechtstreeksche levenshouding uit, is als

typisch na-oorlogs betrouwbaar.* (Tusschen twee haakjes: hier gebruikt de heer Cannegieter het begrip «reactie» in zijn ware beteekenis, namelijk als tegenpool van revolutie, hetgeen een reden te meer is om te denken, dat op pag. 46 zijn misbruik van dit begrip een slip of the pen was.)

Het hierop volgende hoofdstuk VII, »Na-oorlogsche Omgangsvormen*, blijft helaas verre onder het peil van het vorige. Het vangt al dadelijk aan met een nietszeggende quasi-diepzinnigheid:

»Hoe primitiever de volkeren, des te omslachtiger het ritueel. We behoeven dit niet met archaïstische voorbeelden aan te toonen. Het geslacht onzer overgrootvaders en overgrootmoeders was in dezen nog primitief

genoeg.«

Alweer: zou het waar wezen? Is het godsdienstig ritueel der Dajaks ingewikkelder dan dat der Katholieke Kerk? Als het bijgeval niet waar mocht zijn, staat de beweerde primitiviteit van onze overgrootouders op losse schroeven2). Voortbordurend

*) Cursiveering van mij.

2) Ik kan niet nalaten, naar aanleiding hiervan op te merken, dat de heer Cannegieter in zijn stijl bedenkelijke sporen van omslachtigheid toont. Hier rept hij van «overgrootvaders en overgrootmoeders», elders van «mannen en vrouwen», «jongens en meisjes». Waarom niet liever: «overgrootouders», «menschen» en «kinderen»? Den ontdekker van de rechtstreeksche levenshouding zou zulk een bondigheid betamen.

Sluiten