Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

328

MODERNE OUDERDOM

de lengte der rokken te reglementeeren, gelijk dat kortelings in Griekenland geschiedde. Terwijl, omgekeerd, een zedelijk réveil tevens een einde aan den korten rok zou maken. Tenzij, inmiddels, waarlijk een nieuwe moraal ontstaan of ver genoeg gegroeid ware, die anders tegenover dit probleem staat; in welk laatste geval de korte rok ook niet behóéfde te verdwijnen. Zeker is het, dat heil slechts van inwendige verbetering te hopen valt; het zedelijk peil Iaat zich niet in centimeters rokkenlengte uitdrukken.

Hoofdstuk X heet »Geen geestelijke belangstelling ?« en is wat slapjes. En soms een beetje en dehors du sujet. Er staan beweringen in van het soort, waarover wij al eerder gevallen zijn, bijv.:

»Galileï is de eerste geweest, die bij de waarneming van de dingen niet meer vroeg naar het wat en waarom, maar naar het hoe.«

En de Grieksche wijsgeeren? En de Arabieren?

Volgt een aardige characteristiek van de experimenteerzucht van den (modernen) mensch, waarbij echter verzuimd wordt op te merken, dat deze alleen de mannelijke helft van het menschdom eigen is. Juist het voorbeeld van het kind — jongetje —, dat aan een horloge peutert om te zien hoe dit in elkaêr zit, doet aan de hand de tegenstelling met het meisje, dat met haar poppen speelt, zonder naar het «hoe» te vragen of te peuteren.

Tot tegenspraak prikkelt echter weêr de onmiddellijk volgende passage:

»De natuurwetenschappelijk onderlegde en technisch geïnteresseerde jeugd experimenteert. Wat kunnen haar metaphysische abstracties omtrent een veronderstelde oorzaak en afkomst of een verondersteld doel schelen? Het is haar niet om beweringen en veronderstellingen omtrent het ding te doen, maar om het ding zélf. En dit ding zélf is niet het schemerachtige, onkenbare „Ding an sich", waarover Kant, noch de even schimachtige Idee, waarover Plato philosopheerde, maar het waarneembare, bruikbare, concrete object.

Niet waar de ziel vandaan komt of heengaat, maar hoe de ziel in mekaar zit; niet, wie de wereld geschapen heeft, maar hoe de wereld in mekaar zit, trekt de aandacht van de moderne jeugd. Door de sluiers en verbloemingen heen tast zij ook hier de naakte werkelijkheid aan, om die te omschrijven, te onderzoeken en te ontleden.«

Sluiten