Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM KLOOS EN WIJ

schreven en ik kan in deze zaken kort zijn. Kloos heeft ettelijke definities gegeven die hun pogen duidelijk genoeg kenschetsen, b.v. kunst is de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie. Van hier tot Dada is slechts een gradueel verschil, maar welke mogelijkheden liggen er nog tusschen!

Voor mij is het karakteristieke van de 80-gers, dat zij het leven aanvaardden, dat zij de schoonheid der dingen om zich heen zagen en deze schoonheid in poëzie wisten om te zetten. Aan deze schoonheid dronken zij zich een roes. Het viel te begrijpen. Na zooveel grauwe, Hollandsche jaren bloeide voor het eerst weer de taal open. Het was een onmiddellijke reagens. Het kreeg een direct beslag. Ik geloof niet dat er sindsdien in wezen veel veranderd is. Er waren er enkelen die een kunst wilden, welke meer in dienst der gemeenschap zou staan. Zij deden pogingen in die richting en het eenige wat de gemeenschap er mee won was een vlot, begrijpelijk liedje van Adama van Scheltema, dat tenslotte met poëzie weinig van doen had. En in Henriëtte Roland Holst zagen wij hoe het mysterie der poëzie zich enkel openbaarde in diè gedeelten, welke au fond vreemd waren aan elke gemeenschapskunst. En Verwey? Hij was degene, die het eerst uit den roes der zinnen ontwaakte en een dieperen inhoud wilde van het vers. Hij forceerde daardoor zijn later werk. Het werd on-waarachtig en alle poëtische kansen gingen voor hem te loor. Dat hij dit wilde is natuurlijk, dat hij voorzag, dat eens het ontwaken moest komen, pleit voor zijn inzicht en dat hij dit inzicht trachtte te verwezenlijken in slechte verzen, zij hem van harte vergeven.

Eerst een later geslacht zou daartoe in staat zijn. Wat Kloos en de zijnen hebben gedaan, was niets anders en niets minder dan wat een kind doet, wanneer het grijpt naar een zonnestraal of lacht om een vlinder. Het was noodzakelijk, dat zij dit deden. Toen eenmaal deze taak was volbracht, waren zij — het is cru gezegd — verder niet noodig. Zij waren de pioniers. De rest ging vanzelf. En wij? Hoe zit het met onze generatie? Wie de littera-

Sluiten