Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NACHTWAKE

gegrepen in haar meer en meer gegroeiden angst voor het heelemaal alleen zijn. Maar Lise vervolgde dadelijk, glimlachend: „als ik nou maar weer es schrok, zooals de dokter zei vanmiddag. Maar een schrik heb je zoo maar niet bij de hand. 't Zal wel overgaan. Nou, en nou zal 'k je maar alleen laten.... Je ben toch niet bang, hè?"

. „Welnee, waarom zou ik bang wezen?" Ze slikte na die inspanning om zich goed te houden. De vraag had ze gevoeld als een aanduiding, dat er dan toch wel iets was om bang voor te zijn.

„Nou, dag dan. En amuseer je maar, hoor. Zoo'n nacht is eerder om dan je denkt."

Zacht ging nu Lise, zacht deed ze de deur achter zich dicht. Marie luisterde, hoorde ze de trap opgaan naar de tweede verdieping, hoorde een deur openen en sluiten.

Toen was het stil, doodstil, en nu wist ze, dat haar taak, waartegen ze zoo opzag, was aangevangen. Zooals ze 't zich had voorgesteld, zoo was het nu. Dat griezelige alleen zijn in een doodsche stilte bij een ziekbed, waar de dood reeds aanzat, schonk aan de omgeving, aan de donkere kamer daar vóór haar een huiveringwekkende beteekenis. Dadelijk ging haar luisterende aandacht naar de zieke. Ze durfde nog niet opkijken naar het duistere voorvertrek, waarin ze een gevaar verborgen dacht, dat loerend zich stil hield en waartegen ze machteloos zou zijn. Ze durfde nauwelijks ademhalen, luisterde maar, tot ze eindelijk schuw onderuit keek naar het ziekbed. Plots klonk op de straat voor het huis het geluid van een voorbijgaande auto en tegelijk van uit de verte de bel van een tram. Dat schonk haar een prettige gewaarwording of ze nog niet zoo alleen was. Ze bedacht nu, dat het nog niet zoo laat was, dat er nog menschen zouden loopen daar buiten, langs het huis, en dat gaf voor een oogenblik een gevoel van veiligheid. Maar al gauw drukte weer de doodsche stilte, het gevoel van alleen zijn. Weer keek ze de donkere kamer in, zocht haar blik de zieke, in groeienden angst. Ze zag het hoofd, het bleeke gelaat wat van haar afgewend. Het had iets spookachtigs zoo, dat haar deed huiveren en vóór zich deed kijken. Toen, in een pogen

Sluiten