Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

op den korten pijpensteel, dien hij tusschen zijn brokkelige tanden klemde. Kleine dikke rookwolken verhulden telkens zijn gezicht. Het was te merken, dat een ieder verlegen werd en zich onbehagelijk voelde. Van verschillende kanten klonk er een verward hemmen en kuchen, de officier verschoof plotseling met een krassend geluid zijn stoel, de schilder liet zijn antieke kleinood vallen. En niet eer werd de rust hersteld, voor de nieuw-aangekomene zich in een luien zetel nestelde, breed zijn courant ontvouwde en zich achter het ritselend papier verborg.

IX

MERKER'S RIJZWEEP

Willem Goedeman was niet, wat men noemt een langslaper. Meestal ontwaakte hij vroeg in den ochtend, frisch en fleurig, helder van hoofd en gezond van lichaam. Om zijn vrouw niet te wekken, trachtte hij dan nog een poos in bed te blijven en trok zich de dekens over de ooren. Maar spoedig begon 't hem aan alle kanten te kriebelen, het klamme zweet brak hem uit — en zonder zich verder te bedenken, sprong hij overeind. Zijn bloote voeten betraden opgewekt het koude zeil en onwillekeurig, terwijl hij zich aankleedde, begon hij te fluiten. Al fluitend hanteerde hij het scheermes en grimaste in den spiegel, al fluitend worstelde hij met zijn overhemd en wrong zijn armen in de mouwen. En het kostte hem moeite zijn morgendeun te staken, wanneer hij beneden in de ontbijtkamer schrokkend zijn boterhammen at en zijn thee slobberde. Hij kon 't nu eenmaal niet laten, om met vreugde den nieuwen dageraad te begroeten en vroolijk aan den arbeid te trekken.

Want Willem Goedeman was een ijverige kerel, de ijverigste misschien van al onze Hollandsche schilders. De menschen — om niet te spreken van de critici — beweerden, dat hij karakter miste; dat hij een kunstenaar was zonder persoonlijkheid. Men verweet hem, dat hij van Baerle imiteerde; men noemde hem een blinden navolger,

Sluiten