Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PONTIANAK

menschen, die er aanwezig waren, en beiden beantwoordden mijn groet met een rustig „Ook goedenavond". De situatie was mij direct duidelijk: de één was de waard, de ander een logé, misschien wel de eenige logé, want hij scheen een goede bekende van den herbergier te zijn, al waren de mannen, toen ik binnentrad, niet in een gesprek gewikkeld. De baas zat in zijn buffet en las een krant, de gast zat aan een soort leestafel voor het buffet en las een tijdschrift. Ik gaf aan den waard, een zeer rustigen man met een vriendelijk dik en ouderwetsch gezicht, een korte uiteenzetting van mijn toestand, hoe ik gestrand was in Monde, en ik vroeg hem of hij een kamer beschikbaar had. Hij antwoordde met een bemoedigend „Dat zal wel gaan", hetwelk mij ook al aangenaam aandeed. Daar ik dorstig was, vroeg ik een glas bier, dat mij met zorg werd ingeschonken. Ik ben mijn heele leven zeer gevoelig geweest voor wat men zou kunnen noemen „de psyche van de plaats", en ik vond dit een prettig lokaal. Waarschijnlijk werd ik hierbij onderbewust beïnvloed door het feit, dat het stadje er reeds zoo uitgestorven en ongastvrij had uitgezien, zoodat het mij dubbel meeviel, dat men in dit logement nog niet aan naar bed gaan scheen te denken. Ja, de waard vroeg mij zelfs of ik soms nog wat wenschte te eten, en hij hing een aanlokkelijk beeld op van koud vleesch, ravigottesaus en aardappelsla. Ik ging met zijn voorstellen accoord, maar vroeg toch of Monde dan zoo'n mondaine plaats was, dat er heelemaal geen sluitingstijd voor de café's bestond. Ik herinner me nog hoe ik die, overigens nogal goedkoope, woordspeling maakte; zij ontging den waard, maar de eenige gast glimlachte er even welwillend om. Op mijn vraag antwoordde de man in het buffet: „Och meneer, wat zal ik u zegge. We zijn hier nogal nachtbrakers, maar dan in de nette beteekenis. En dat is de schuld van....", en met een glimlachenden hoofdknik wees hij op het heertje, dat aan de leestafel zat. Toen die zich in het gesprek betrokken voelde, stond hij op, en stelde zich met een stijve buiging aan mij voor: „Terfelde, oud-hoofdadministrateur."

Sluiten