Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN BEWOGEN VRIJDAG OP DE BREESTRAAT

vereerd en gelukkig, je ziet geloovig naar hem op en bent al je klachten vergeten.... Hoewel.... ja.... toch.... 't is waar.... je was ziek....

Costa Gomez heeft zich over het bed gebogen. Al de huisgenooten staan er om heen, gereed om te hooren wat de dokter zegt, wat de patiënt zegt, en om hun eigen duit in 't zakje te gooien, bijtijds, want als-ie straks weg is, is 't te laat.... Het is of zij voor de zieke moeten opkomen. ...

„En heelemaal geen pijn meer?" vraagt de dokter met zijn vleiende stem.

De barende heeft een leeg gezicht. „Neen," zegt ze met een glimlach, „heelemaal geen pijn...."

„Daar zal Gott zich erbarmen," mompelt de oude grootmoeder voor zich heen. Want de zieke moet immers wel pijn hebben, wil er voortgang komen....

Maar mijnheer Davids heeft te klagen. Nou is z'n vrouw zoo goed, nou de dokter er is, maar vannacht....

„Je hebt anders aardig te keer gegaan, daar strakkies," zegt hij.

„Zoo," zegt Costa Gomez, „dat is goed, dat is heel goed."

Mijnheer Davids kijkt hem verontwaardigd aan. Goed? Noemt die dokter dat goed? Zijn ze dan allemaal mesjogge hier? Wanneer zal zijn vrouw een kind krijgen? Waarvoor heeft men dan een dokter?

„Kan u d'r niks geven?" zegt hij, „dat 'r nou 's 'n end komt aan dat gemartel?"

De baker verbergt met moeite een glimlach. Wat 'n verschwartzter narr!1) Weet-ie veel van z'n gezond! Ja, men zal haar een bruispoeiertje geven, misschien helpt het!

„Nee, meneer Davids," zegt Costa Gomez kalm, „daar kan ik 'r niks voor geven. Maar ik zal nog 's even onderzoeken." Hij wenkt de omstanders weg en wendt zich tot de barende.

Ineens heeft deze een haat tegen den dokter gekregen.

*) Dubbelovergehaalde gek.

Sluiten