Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dén vereerder van jezus, 49 j

hoogde Wezen, met aandacht en oplettendheid! Gij r, adert, ■ als gij bidt, tot god , den Hoogen en Verhevenen, wiens wenk werelden voortbrengen, werelden vernietigen kan, tot den Alomtegenwoordige!!, den Alwetenden. O Christen ! moet deze gedachte uwe

geheele ziel niet met eerbied en het diepst ontzag vervullen? Wie toch zal, wanneer hij een gefprek met eenen man, voor welken hij Hechts eenige achting heeft, houdt, met verftrooide en ongedadige gedachten tot denzelven fpreken. —- Volftrekt niemand van gezond verdand. —— .... . Maar is het geene dubbel ftrafbare ligt vaardig- en ligtzinnigheid, als wij enkel rnet de lippen tot god naderen, zonder dat wij bijna weten wat en waarom wij bidden ? Uw gebed moet geen kundig zamenweeffel van welfprekendheid zijn, neen, het moet de geheele uitdorting van uw hart, van uwe gevoelens zijn. Maar daarom is in eenvoudigheid des harte te bidden vol drek t hetzelfde niet, als met onverdand en gedachtenloos te bidden; men kan eenvoudig maar tevens opregt bidden, volgens de les en het voorbeeld van jezus.

Is het niet meer dan dwaasheid, om aan god, den Alwetenden, gevoelens voor te leggen, of hem gebeden voor te dellen, die ons hart verwerpt; of hem om iets te bidden, dat wij zelfs voor ons ongeluk houden, en hetgeen wij niet zouden wenfchen, dat god ons hetzelve gave? Kan zulk gebed wel aan god welbeha-

gelijk zijn? Wij vervallen zeer ligtelijk tot

deze feil en dwaasheid, als wij alleen gefchrevene gebeden leeren, of van buiten geleerde formulier-gebeden opzeggen. Waar is toch het goede, dat nimmer misbruikt, en door het misbruik niet voor ons onnut, of wel geheel en al fchadelijk worden kan ? . En dit heeft vooral zijn opzigt op de formulier-gebeden zonder on« derfcheid; zij houden, met al hare innerlijke waarde, op goed voor ons te zijn, zoodra wij, door hare al te menigvuldige herhaling, ophouden over derzelver inhoud na te denken. Maar nog meer moet de verdandige Cnristen zich wachten, om de_gebeden van anderen na te bidden, wanneer dezelve niet voor zijnen toedand gefchikt zijn, en niet met de gevoelens van zijn hart over een ftemmen. Alleen dan kan het gebruik van een, door eenen anderen opgedeid, gebed, voor ons nuttig, heilzaam worden, wanneer het In ftaat is,

om

Sluiten