Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

588 ALGilMïlGN OVERZIGT vak de WAARHEID, ENZ.

genoeg kan bewonderd worden: overtuigd, zeg ik, van dat alles, wat is er overk;, dan getrouw te be. trachten, al wat zij beveelt? Waar is het, dat zij mij dingen gebiedt te geloöven, omtrent welke ik geen duidelijk doorzigt heb. Maar wat dan ? Is 't mij niet genoeg te weten, dat god nooit anders dan naar de onveranderlijke orde zijner voornemens handelt? dat hij derzelver rnngting om geene andere reden voor mij verbergt, dan om mij nederigheid te leeren, of, misfchien, om door een klaarder inzigt van de'wiisheid van zijn beltuur mijn geluk te vergrooten ? Viel het eenen Heiden ligter, de wanftallige menigte der Godheden, welke bij aanbad, te begrijpen, wier getal, naar het verhaal van auoustinus, door varro op dertig duizend werd bepaald? En kan men zich verbeelden, dat bij zich duidelijker heeft geopenbaard aan Afgodendienaars, die hem, als god, met allerlei foort van wellustigheden vereerden, dan aan een volk, 't Welk hem als de Heiligheid zelve, en voor de eenige bron van alles goeds erkende? Daar en boven, hoewel de natuur der zonne, hare eigenfchappen, en de wijze, op welke ik door haar word verlicht, mij onbekend zijn, word ik daarom minder door haar verlicht en verwarmd? en zoude ik dwaas genoeg zijn om haar licht van de hand te wijzen, omdat zij mij verblindt, wanneer ik, om haar te leeren kennen, haatte ftijf en fterk aanzie? Omtrent het onbegrijpelijke in den Godsdienst bekommer ik mij des niet; duidelijk genoeg onderrigt hij mij omtrent hetgeen ik të doen heb; en heb ik dan wel een ander doel te bedreven, dan 't geen de Godsdienst mij voorftelt, indien ik in eenvoudigheid mijns harte, en met onderwerping, de waarheden geloove, welke hij mij verkondigt ?

KLEI*

Sluiten