Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIT HET DIERENRIJK.

599

vuur, gelijk eene kat. De wildheid van den kleinen vogel , JMjri bellendig doordringend fchreeuwen, hetwelk een wei» p'g naar dat van eene"verfchrikte hen geleek, was verbazend; en nogtans nam dit vlugge leren fchielijk een f'nde, Want reeds den eerden nacht na zijne gevangenfchifi, ftierf hij, zonder dat hem eenig leed bejegend was. .Gelijk eene kat, had hij de fcherpte zijner ongemeen fpitfc nagels verfchoond, hij hield die immer omhoog, wanneer hij op eene gladde plank ftond. —— Vanwaar, dat de natuur zoo vele overeendeinmende trekken, als hier ecu roofdier uit de klasfe der vogelen met de felfte roofdieren uit de klasfe der zoogdieren toonde, hervoortbragt? Ligt niet eindelijk de grond in den gelijken graad der chemifche eigenfchap van de organifche ftof, in beiderlei roofdieren ? Op het plantenrijk grondt .zich 'het dierenrijk, het eerfte bindt organifche itof uit zijne enkele meest gasformige beitandrieelen, het ander verandert de. van de planten bepaald geleverde organifche ftof, terwijl ze uit de eene dierklasfe in de andere overgaat, ten laatfte weder in bate gasformige beltanddeeien. De levenskracht van het paard verandert zoo weinig de uit het plantenrijk ingenomene organifche ftof, dat zijn ligchaam als onnutte uitwerpings (toffe wegftoot, hetgeen, waaruit een zwijn nog voedfel trekt, en het halfverrotte v'eesch van dit laatfte, kan aan een roofdier nog ftof opleveren, door welker verdere verandering zijn levensloop onderhouden wordt, tot eindelijk de infecten zich nog voeden van hetgeen voor de roofdieren der hoogere klasfen al te zeer verwerkt is. De mensch eet, door een natuurlijk inltinct, alleen het vleesch van graseten de dieren , en niet dat van zulken die het vleesch van andere dieren eten; maar deze, wanneer zij het eens geproefd hebben, geven de voorkeur aan het vleesch van menfehen, boven dat der graseteo.de dieren waarmede dezen zich gevoed hebben. Wat 'karakrerizeerf zoo zeer de organifche ftof des piantenrps, als oxygene, de zigtbare reprelentant van 'den eigenlijken aard van iedere onverdeelbare vloeidof, en dus' van het zamentrekkend' vermogen in de bezintuigde, gelijk in de önbezintuigde" natuur? Wat kenmerkt meer de organifche ftof der' vleescbetende eieren , w:er uinverpfeten alle onverdragelijk (linken, wier vleesch fpoediger tot verrotting overgaat dan.dat dér graserendvn, wier vet week is, Pp 4 ter-

Sluiten