Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

648 - GESTREK TUfSCHEN CICERO

eeuw geboren werd. Anders zoude veelligt het vooroordeel mij aan het Credo mijner overgrootmoeder hebben vastgeïnoerd. Deze zijn verlichte dagen, en ik bevind dat ik tot de algemeene verlichting iets heb bijgedragen, door mijne nogelatene brieven.

CICERO.

Beroem u daar niet over. Denk dat gij vader waart.

CHESTERFIELD.

En heb ik niet met een goeden uitflag mijn best gedaan om mijnen zoon dienst te doen, door hem de noodige hoedanigheden van een buitenlandfch' gezant aan te wijzen, voor welken post ik hem altijd had bcftemd? Weinige vaders hebben zoo vele moeite gedaan om eeneii zoon grondig te onderrigten als ik. Niets was er, waartoe ik mij niet vernederde om het hem. aan te wijzen.

CICERO.

Het is zoo ; groot was in der daad uwe infchikkelijkheid. Gij leerdet hem niet flechts de kunstgrepen der geveinsdheid, de loopjes, die den adelfland onteeren, maar gij bedierft ook zijne grondbeginfels, koesterdet zijne driften, eri weest hem zelfs voorwerpen, ter voldoening van dezelve, aan. De taak om hem fatfoenlijke ondeugd te leeren zoudt gij wel voor eene ondeugende wereld hebben mogen overlaten. Het voorbeeld en de bedorvene neigingen der menfchelijke natuur, zullen immer toereikende zijn om dat onnatuurlijk einde te bereiken. Maar een vader,- de behoeder, door de natuur beftemd, over een ononderrigten zoon, in eene gevaarlijke wereld uitgezonden, die de taak der verleiding op zich neemt,' is in der daad een monfter. Ik heb ook een' zoon gehad. Omtrent de behoorlijke inrigting zijner opvoeding was ik ernfiig bezorgd. Ik vsrtrouwde hem in der daad aan cratippus, te Athene, maar, even als gij, konde ik niet nalaten, onderrïgtingen derwaarts te zenden, door de ouderlijke lief"e mij in de pen gegeven. Die otfderrigtingen zijn te vinden in mijn Werk over de Plïgten; een Werk,.hetwe.k

Sluiten