Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tf8a berigt wegens een

long te voltooijen. Het is reeds van voren te vermoeden, dat de behoorlijke gefteldheid harer verrigtingert met de vetvorming in verband zal ftaan. Wij zien ook werkelijk, dat ziekten van dat ingewand zeer dik- . wijls met groote verzamelingen van vet in bet onderlijf veirzeld gaan, dat de waterzuchten, welke uit die ziekten ontftaan, ni-t zelden door ongewone Vetheid voorafgegaan worden , dat bij de door roesting vet gemaakte huisdieren. veeltijds de lever bedorven wordt gevonden, gelijk dezelve niet zelden, omgekeerd, bij deze dieren, als ganzen, eenden, enz., gelijktijdig met eene buitengewone en algemeehe vermagering of verlies van vet, tot eene gansch tranige masfa opzwelt, gelijk ze zoodanig in den natuurlijken ftaat voorkomt bij de walvisfchen, wier ligchaam grootendeels uit fpek beft aat. De lever is ook, naar evenredigheid, veel grooter in den ftaat der kindschheid, wanneer het hgchaam zijne ronde gewelfde vorm aan de menigte van v , waarmede het celachtig -J-r^ Mg-

VUld, te danken heeft. Ue «bcwijüb e

zucht, bij jonggeborenen, zoowel, als de later voorvallende foorten van deze ziekte, bewijzen genoegzaam het naauw verband, 't welk er is tusfchen de affcheiding cler lever, en het celachtig weeffel der huid.

De groei van het haar, houdt bijna overal gelijken tred met de vetwording. Onder de harige dieren, hebben de vetfte ook den dikften pels, en in derzelver jaargetijde, wint de jager het beste gebraad, en de besre vacht. Zelfs daar het vet, gelijk, bij voorbeeld, in huidgezwellen, tegennatuurlijk* voortkomt, is het dikwijls met haar vermengd. Het fchijnt bijna, als of de fymptomata eener tegennatuurlijk vroegtijdige huwbaarheids ontwikkeling, weiken men in eenige voorbeelden van onmatig vette kinderen waargenomen heeft, aan deze haargroeiiing beantwoorden; doch zoo het immer mogelijk ware, dat eene weelderige voortbrengingskracht in bet gemeen den gewoner, loop der ontwikkeling, bij enkele individu's, vooruit liep, en indien werkelijk, in het door mij verhaalde voorbeeld, het ge* beente insgelijks eene grootere volkomenheid verkreg0» hadde, zoo zou daaruit blijken, dat deze ongevvo» vormingsdrift nu dit, en dan wederom een ander * taeuttel, tot hare fchouwplaats verkiest. j-j

Sluiten