Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• LIEFHEBBERIJ DER ROMEINEN VOOR VISSCHEN. 74T

vooral de liefhebberij voor visfehen en het vermaak in, de vischvangsr. Zij hengelden daarom uit de venfters, voederden de visfehen in de zee, en konden zich dagen lang met hen bezig honden.

Niet zelden vergaten zij daardoor hunne Staatsbe* zieheden , waarover zich hunne Zedepredikers niet zelden zeer koeltjes uitlaten. Cicero zegt: „ onze Grooten wanen zich in den hemel, wanneer zij m hunne vijvers visfehen hebben, die hun het voedsel uit de hand eten." Zelfs cbsAr was van deze liefhebberij niet bevrijd, want ook hij moet, volgens punius, visfehen in zijnen vijver gehad hebben, die hij bij naj^en riep ■ maar of zij gekomen zijn daar twijfelen wij aan.

Bij deze vischliefde kan men wel denken, dat de visclivijvers van eenen uitgeftrekten omtrek , en aan de z"s gelijk gemaakt werden. Men bouwde nin zelden; op^den 'bodem derzelve verfebeidene kameis of hokken* waarin de visfehen zich ter rust Begaven. Rondom, derzelver oevers praaide het kostbaarfte marmer, en, over 't geheel genomen, wendde men alles aan, om, de visfehen te overtuigen, dat zij zich niet m eenen vijver, maar in de opene zee bevonden.

DE GEVALLEN VAN EEN' ZWERVENDEN TOONEEL» SPELER.

Aan amicus*

Toen. ik, voor ettelijke dagen, op_ eenen der openbare wandelwegen omllenterde , viel miin oog op een jongeling, wiens gewaad blijk vertoonde van havelooze netheid, en op wiens gelaat eene gevestigde droefgeestigheid ftond geteekénd,.

Het voorkomen van. berooidheid, in eiken levens-: ftand, was altijd genoeg om nfijne nieuwsgierigheid te wekken. Ken" or.weerfta'anbaren aandrang gevoelde ik, om onderzoek te doen naar de lotgevallen eens mans, die volmaakt ellendig fcheen te zijn. Na een' geruimen tijd te hebben gewandeld, zag ik hem, zich in e(:iie Aaa 3 mis-

Sluiten