Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

door

JAN VAN LUMEY

(Vervolg)

Een andere herinnering martelde zijn gemoed. Hij stond met Erica voor een open venster. Het was een lentezwoele nacht en op de zilveren manestralen dreven zoete bloesemgeuren de kamer binnen. Zij leunden tegen het kozijn, moede na een verre avondwandeling. Hun bewegingen waren loom, hun harten zwanger van een zwellende extase. Langzaam strekte hij den arm naar het landschap uit en beschreef een wijden boog, alsof hij het al omvatten wilde. Daarbij beroerde zijn schouder toevallig haar borst, zij schrikten en keken elkander aan. Beschenen door het opalen licht, blonken de strakke wijde pupillen met onbewegelijke zuiverheid. Het was den kunstenaar, of hij in de diepte van dezen blik verzinken moest. Hij voelde, hoe zijn wezen zich oploste en onafscheidelijk met het hare zich vermengde. Dan strengelden hun handen zich ineen en zij dachten verbonden te zijn voor dé eeuwigheid.

Sluiten