Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

uur — een eeuwigheid? Hij wist het niet. Wat immers weten zij, die door een smart overweldigd worden, van den tijd! Zoodra hij echter aan zulke dingen dacht, verbleekte zijn visioen. Het was, of de droeve, onschuldige oogen al verder en verder terugweken en tenslotte verduisterden zij en doofden uit.

Verlicht nam hij den arm weg, die zijn aangezicht bedekte, en hief het hoofd omhoog. Zijn lichaam verlamde van schrik; met starre ontzetting keek hij in den spiegel, die zich tegenover hem bevond. Uit het glas staarden hem opnieuw twee oogen aan. Maar het waren thans niet Erica's stille verwijtende blikken. Het waren kleine, lichtende, phosphoresceerende pupillen, die hem gluiperig beloerden. En op hetzelfde oogenblik, dat hij deze ontdekte, wierp zich een vrouw met een waanzinnigen lach aan zijn voeten.

Hij herkende Maria. En omdat hij zich zoo eenzaam voelde, zoo troosteloos eenzaam en verlaten, tilde hij haar lichaam van den grond en droeg het naar zijn ledikant, om aan den brandenden boezem zijn verkilde hart te warmen.

XII DE MOORD

Van Baerle had zich aangekleed en stond droomerig uit zijn venster te kijken. Gedurende den nacht was het weer veranderd. Buiten hing er een dichte nevel, die het verkilde landschap omwaadde. Verlaten lag het tuinpad met zijn gladde, glimmende kiezelsteenen; stijf en sprieterig kleefden de grasscheuten tegen elkaar; de vette kluiten der bloemperken leken gezwollen door het vocht. Op een afstand strekte krampachtig een boom zijn glibberige wortels uit, terwijl de druipende stam zich in den mist verloor. De natuur was slechts ten halve zichtbaar. Een vuile, aschkleurige wolk, die enkele meters boven de aarde dreef, versluierde den hemel en verborg de toppen

Sluiten