Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JACOB WINKLER PRINS

zijn. Er staat alsof; het is geen absolute verzekering, maar schijn. En daar schijn met het gevoel minder heeft te maken, maar meer met het gezicht, vervalt de afkeuring dezer regelen: indien het najaarslicht over de takken den vorm aannam van knielende menschen voor het geestesoog van den dichter!«

II

Tot de dichters die een grooten invloed op hem hadden, behooren Byron en Shelley. De invloed van Byron is meer verborgen. Hij is merkbaar in een huppelend rhythme, in een woordslag, in opsommingen, in de wijze van vergelijken en 't heenwerken naar een pakkend slotakkoord. Die van Shelley is dieper en meeromvattend. In de »Leeswijzer« van 1886 schreef hij een studie over hem, die belangrijk is ook voor de nu-levenden.

»Voor standers eener verouderde aesthetica«, zoo zeide hij, «zoeken in zijn verzen te vergeefs wat van hun gading is. Daarentegen ligt er in verscholen het kort begrip van een complete schoonheidsleer der toekomst. Meer en meer zal er uit blijken, hoe voorbarig onze oordeelvellingen zijn waar het aankomt op het meten van een geest, even veelzijdig als de natuur, even ondoorgrondelijk en even frisch. In zijn poëzie tiert ook het onkruid. Maar is wat wij onkruid noemen, niet dikwijls even fijn bewerktuigd, even fraai gebouwd als de zorgvuldigst gekweekte planten? Rondom de fraaiste zijner beelden rankt dikwijls het warkruid op; en het is waarlijk niet altijd onze schuld, wanneer wij een woekerplant aanzien voor een zelfstandig gewas. Maar het kleed is de franje waard en harmonie is de grondtoon zijner verzen.

Het treft, reeds bij een vluchtig doorbladeren van wat hij schreef, hoezeer natuurvereering den dichter levensbehoefte is. Dit is geen studeerkamer-poëzie maar metl volle handen uit het leven gegrepen. Het is alles doorvoeld, doorleefd. Daar gaapt tusschen hem en zijn onderwerp geen klove. Het is waarheid in den vollen zin. Shelley is, na Shakespeare, Engeland's grootste dichter. Tijdens

Sluiten