Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

duiveld aardig om zoo quasi den arm om haar middel te slaan als ze samen

Mevr. CARSTEN. Bah, wat een inferieure gedachten hebben jullie mannen toch dadelijk. Kan je nu nooit eens het sensueele uitsluiten? Als Marcel zooiets spontaan doet, kan daar geen kwaad in steken.

ANTON. Wat Marcel spontaan doet, is welgedaan. Ik wou, dat hij het spontaan naliet. En Warnex zag dat ook liever, vermoedelijk.

Mevr. CARSTEN. Die stijve hark van een substituut van je. Die jij — onbegrijpelijkerwijze — voor Ellen bestemt. Volkomen onbegaafd juristje en een vrij burgerlijk type.

ANTON. En een volkomen eerlijke, verbazend werkzame jonge man.

META. Ellen is veel te artistiek voor zoo iemand.

ANTON. Daar zorgen jullie wel voor.

Mevr. CARSTEN. Jullie — dat zijn vermoedelijk Meta en ik. En alsof iemand een ander artistiek kan maken. Jij hebt ook een begrip van kunst. (Verheven). Kunstenaar zijn is een genade

ANTON. Groote genade, hou op. Ik zal afwachten.

META. Dat lijkt me heel verstandig van je, Anton. (Mientje brengt telegram; Meta neemt het aan.)

META. Voor u, moeder.

Mevr. CARSTEN. Natuurlijk van Marcel — dien prachtmensch. (leest) „De lokkende Palm" wordt gedrukt. Marcel heeft een uitgever gevonden. Wat heerlijk. O, ik wist wel, dat mijn intuïtie me niet bedroog. Hoe kan je toch twijfelen, Anton. (wijzend op telegram) Je ziet het nu weer. Iemand als hij — en met zulke prachtige aanbevelingen, (speechend) Wanneer menschen als Professor Damen, een theoloog van internationale vermaardheid en die op 't gebied van maatschappelijk werk en op ethisch-politiek terrein zn gulden sporen verdiend heeft; wanneer oudministers van Schoone Kunsten, wanneer sociaal-democratische leiders, die in deze materie — als het den Wereldvrede betreft — toch ook een wel zeer gefundeerd recht

Sluiten