Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDICHTEN IN PROZA VAN

en het onmogelijke opsnuiven, blinkt met onuitsprekelijke gratie de lach van een grooten mond, rood en wit en heerlijk, die droomen doet van 't wonder eener verrukkelijke bloem, in een vulkanisch terrein ontloken. Er zijn vrouwen, die den lust opwekken haar te overwinnen en van haar te genieten; maar zij wekt het verlangen, langzaam te sterven onder haren blik.

DE NAR EN DE VENUS.

Welk een heerlijke dag! Het wijde park zwijmelt onder het schroeiende zonne-oog, zooals de jeugd onder de heerschappij van de Liefde. De algemeene verrukking drukt zich uit door geen enkel gerucht; de wateren zelve zijn als ingeslapen. Geheel verschillend van de menschenfeesten, is het hier een zwijgende orgie. Men zou zeggen, dat een altijd wassender licht meer en meer de dingen doet flonkeren; dat de geprikkelde bloemen branden van verlangen door de kracht van heure geuren te wedijveren met het azuur van den hemel en dat de warmte, de geuren zichtbaar makend, ze doet opstijgen als dampen naar de planeet. Doch in deze algemeene genieting heb ik een droef wezen bemerkt.

Aan de voeten van een reusachtige Venus, een van die gekweekte narren, belast koningen te doen lachen, wanneer de wroeging of de verveling hen kwelt, getooid met een blinkend en belachelijk kleed, gekapt met hoorns en rinkelbellen, geheel kleintjes gedrongen tegen het voetstuk, heft de oogen vol tranen tot de onsterfelijke Godinne. En zijn oogen zeggen: ,,Ik ben de minste en de meest eenzame der stervelingen, verstoken van liefde en vriendschap en daarin ondergeschikt aan het onvolmaaktste der dieren. Toch ben ook ik in staat om de onsterfelijke Schoonheid te begrijpen en te doorvoelen, ach, Godin, heb medelijden met mijne droefenis,met mijne krankzinnig-makende smart!"

Maar de onverzoenlijke Venus staart in de verte naar ik weet niet wat, met hare marmeren oogen.

Sluiten